Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

consummeren - (voltooien, voltrekken (meestal van een huwelijk))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

consummeren ww. ‘voltooien, voltrekken (meestal van een huwelijk)’
Vnnl. consummeiren ‘voltooien’ [1539; Mak], consummeren ‘voltrekken van een huwelijk’ [1635; Stall.]; nnl. consummeren, consommeren ‘voltooien, voltrekken’ [1805; Meijer].
Als internationale humanistische term ontleend, misschien via Oudfrans consummer ‘voltooien’ [eind 12e eeuw; TLF], aan christelijk Latijn consummare ‘op één som brengen, bij elkaar tellen, voltooien’, gevormd uit → com- ‘samen, met’ en het zn. summa ‘som’, zie → som.
Al in het christelijk Latijn is er verwarring ontstaan tussen consumere (zie → consumeren) en consummāre; de Franse reactie daarop is de vorming van consommer voor het laatstgenoemde woord, vandaar ook sporadisch Nederlandse vindplaatsen met -o-.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut