Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

consumeren - (gebruiken, verbruiken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

consumeren ww. ‘gebruiken, verbruiken’
Mnl. consumeren ‘verteren, vergaan’ in waerom ... consummeert u in tranen? [1479; MNW travalgaeren], ‘vernietigen, doen verdwijnen’ in dissolveren ende consumeren [1480-1500; MNW-P]; vnnl. consumeren ‘verteren, (doen) vergaan’ [1503; WNT verrot] zoals in het bn. consumerlic ‘vergankelijk’ [1545; Stall.], en in Ic sach daer twe engelsche capiteynen Sij laghen consumeert ende al verrot, ‘verdoen, doorbrengen (van tijd)’ [1591; WNT retardeeren], ‘verslijten’ [1609; WNT verslimmen], ‘gebruiken, verbruiken (in het algemeen)’ [1619; WNT walmen I], ‘gebruiken, verbruiken van levensmiddelen’ [1620; WNT smokkelaar].
Al dan niet via Frans consumer ‘verteren’ [1120-1160; Rey] ontleend aan Latijn cōnsūmere ‘verbruiken, opmaken’, van → com- ‘samen, geheel’ en sūmere ‘verbruiken, besteden’, van sub en emere ‘nemen, kopen’; het werkwoord consumere werd in het Laatlatijn verwisseld met het werkwoord cōnsummāre ‘tot een geheel maken, tot een goed einde brengen’, van com- ‘samen, geheel’ en summa ‘totaal’, zie → som.
Tot ver in de 18e eeuw wordt consumeren nog gezegd van andere zaken dan levensmiddelen [1764; WNT kluit].
consument zn. ‘verbruiker, afnemer’. Nnl. consumenten (mv.) [1843; WNT koopmanschap]. Ontleend aan Latijn cōnsūmēns, teg.deelw. van cōnsūmere ‘verbruiken, verteren’. ♦ consumptie zn. ‘verbruik, vertering’. Mnl. consumpcie ‘vernietiging, oplossing’ [1351; MNW-P]; vnnl. consumptiën (mv.) ‘uitgaven’ [1580; WNT verpanden I], consumtie ‘verdoening, verslijting, doorbrenging’ [1669; Meijer]. Ontleend aan Latijn cōnsumptiō ‘vertering’, bij het werkwoord cōnsūmere. ♦ consommatie zn. (BN) ‘verbruik, vertering’. Vnnl. consummacie ‘vernietiging, verderf’ [1503; WNT voorkomen I], nu in BN gebruikt naast consumptie. Ontleend aan Latijn cōnsummātiō ‘voltooiing’, bij het werkwoord cōnsummāre. Al in het Laatlatijn werden consumptio en consummatio met elkaar verward.

EWN: ♦ consument zn. 'verbruiker, afnemer' (1843)
ANTEDATERING: Hier by zullen alle Europeesche Consumenten winnen 'hier zullen alle Europese consumenten baat bij hebben' [1807; Vriesche courant (KB) 31/12]
EWN: ♦ consommatie zn. (BN) 'verbruik, vertering' (1503*)
ANTEDATERING: geschikt voor de consommatie [1803; Gazette 29/12] (1503*)
{De attestatie uit 1503 in het EWN moet geschrapt worden. Het woord consummacie betekent 'voltooiing, voltrekking'. Zie iWNT s.v. consummatie.}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

consumeren [gebruiken, verbruiken] {1493 in de betekenis ‘verteren’} < latijn consumere [idem] (vgl. consument).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

consumeren ‘gebruiken, verbruiken’ -> Indonesisch (meng)konsumir ‘gebruiken, verbruiken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

consumeren gebruiken, verbruiken 1493 [Mak] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut