Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

construeren - (samenstellen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

constructie zn. ‘bouw, bouwsel’
Mnl. constructie ‘makelij, bouw’ [1332; MNHWS]; vnnl. constructie ‘bewerking, berekening’ [1582; WNT werking], ‘gevolgtrekking’ [1607; WNT verstand], ‘opbouw, beleid’ [1663; Meijer]; nnl. constructie ‘montage, bouw’ [1803; WNT Supp. atelier], ‘wijze van vervaardigen, inrichting’ [1832; WNT voordeur], ‘taalkundige bouw’ [1872; WNT], ‘bouwsel, toestel’ [1908; WNT voorvader].
Ontleend aan Frans construction ‘bouw; gebouw’ [1130; Rey], ‘zinsconstructie’ [1225; Rey] < Latijn cōnstructiō ‘opbouw; zinsconstructie’ bij het werkwoord cōnstruere (verl.deelw. cōnstructus) ‘samenvoegen, verbinden, opstapelen, bouwen’, gevormd uit → com- ‘samen, met’ en struere ‘bouwen, oprichten’.
construeren ww. ‘samenstellen, opbouwen’ [1663; Meijer]. Ontleend aan Latijn cōnstruere. Niet via het Frans: het Frans construer was uiterst zeldzaam en kwam alleen in het Picardisch voor; elders en vanaf het eind van de Middeleeuwen lezen we uitsluitend construire.

EWN: ♦ construeren ww. 'samenstellen, opbouwen' (1663)
ANTEDATERING: heeft ... gheconstrueert / Een collegie van canonicken 'heeft een kanunnikencollege gevormd' [1560; Van Vaernewijck, C4r]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

construeren [samenstellen] {1725} < frans construer < latijn construere [opstapelen, bouwen, samenstellen, verzinnen], van com [samen] + struere [in rijen leggen, opstapelen, ordenen].

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

construeren ‘samenstellen, bouwen’ -> Indonesisch konstruir ‘samenstellen, bouwen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

construeren samenstellen 1663 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut