Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

consistent - (zichzelf gelijk blijvend; dicht, duurzaam)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

consistent bn. ‘zichzelf gelijk blijvend; dicht, duurzaam’
Nnl. consistent ‘duurzaam, dicht’ [1824; Weiland], ‘vrij van interne ongerijmdheden’ [1948; WNT Aanv.], ‘zichzelf gelijkblijvend, niet onderhevig aan externe invloed’ [1951; WNT Aanv.].
Al dan niet via Frans consistant (maar dan met suffixsubstitutie door -ent, dat voorkomt in vele andere bn. zoals latent, eminent) ontleend aan Latijn cōnsistēns (genitief cōnsistentis), teg.deelw. van cōnsistere ‘zich opstellen; blijven staan; vaste voet krijgen; bestaan’, gevormd uit → com- ‘samen, met’ en het werkwoord sistere ‘doen staan’, van de wortel van stāre ‘staan’, zie → staan.
De jongere betekenissen ‘zichzelf gelijk blijvend’ en ‘vrij van interne ongerijmdheden’ zijn overgenomen uit Engels consistent ‘logisch, consequent’ [1646; OED] dat teruggaat op hetzelfde Latijnse woord.
consistentie zn. ‘samenhang; dichtheid’. Vnnl. consistentie “bestendigheidt, t'zamenbestaanlijkheidt” [1658; Meijer]. Ontleend aan Frans consistance [ca. 1370; TLF] onder aanpassing aan Latijn consistens.

EWN: consistent bn. 'zichzelf gelijk blijvend; dicht, duurzaam' (1824)
ANTEDATERING: consistent 'vast' [1770; Buys]
EWN: ♦ consistentie zn. 'samenhang; dichtheid' (1658)
ANTEDATERING: in concistentie ('samengaan') van twee wtnemende dingen [1592; Paré, 177]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

consistent [duurzaam] {1824} < latijn consistens (2e nv. consistentis), teg. deelw. van consistere [gaan staan, blijven staan, stand houden, van kracht zijn], van sistere [doen staan], van stare [staan].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

consistent ‘duurzaam’ (Latijn consistens consistentis); ‘consequent’ (Engels consistent)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Consistent (< Lat. consistere = bestaan). Een stelsel axiomata heet consistent, wanneer het niet mogelijk is, er twee tegenstrijdige uitspraken uit af te leiden.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

consistent ‘duurzaam; samenhangend, hecht’ -> Indonesisch konsistén ‘duurzaam; samenhangend, hecht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

consistent duurzaam 1824 [WEI] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut