Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

conservatorium - (muziekacademie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

conservatorium zn. ‘muziekacademie’
Nnl. conservatoire, conservatorium ‘zang- en muziekschool (in Frankrijk en Italië)’ [1824; Weiland], conservatorio ‘Italiaanse muziekschool’ [1847; Kramers], het conservatorium te Brussel [1851; WNT zang].
Gelatiniseerde vorm van Italiaans conservatorio, afleiding van het werkwoord conservare ‘bewaren’ < Latijn cōnservāre, zie → conserveren.
In de 16e eeuw stichtten verschillende Italiaanse steden opleidingsinstituten als onderdeel van weeshuizen en armenhuizen, waar de traditionele muziek, dans en zang werden onderwezen om deze voor het nageslacht te bewaren. Sinds het begin van de 18e eeuw werden ook in andere Europese landen muziekscholen opgericht. Later volgt vanuit het zuiden ook de naam conservatorium. Het eerste Belgische is dat van Luik (1831) en het eerste op Nederlandstalig grondgebied dat van Gent (als Toonkundig Conservatorium, 1835). Nederlands oudste conservatorium (Den Haag 1830) heette tot 1900 nog gewoon Muziek- en Zangschool. Eerder was er al het Amsterdamsch Conservatorium (1884).

EWN: conservatorium zn. 'muziekacademie' (1824)
ANTEDATERING: het Keyserlijck Conservatorium 'bescherming door de keizer van privileges (?)' [1683; HMercurius, 247]
Later: het conservatorium van St.Pasqualis 'de (muziek?)onderwijsinstelling van St.P.' [1759; Oprechte Haerlemsche courant (KB), 17/2]; Daar … executeerde het Conservatorium verscheidene Eerezangen [1798; Bataafsche Leeuwarder courant (KB) 24/7] (EWN: 1824)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

conservatorium [muziekacademie] {1864} gelatiniseerde vorm van italiaans conservatorio [muziekschool, ook: internaat], reeds in 16e eeuw te Napels, Venetië en Palermo ingesteld om lokale muziek en dans in stand te houden, van conservare [bewaren] < latijn consevare [idem] (vgl. conserveren). De eerste muziekscholen waren onderdeel van een internaat of weeshuis.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

conservatorium (Latijn conservatorium)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

conservatorium ‘muziekacademie’ -> Indonesisch konsérvatori(um) ‘muziekacademie’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

conservatorium muziekacademie 1824 [WEI]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut