Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

conducteur - (tram- of treinbeambte)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

conducteur zn. ‘tram- of treinbeambte’
Vnnl. conducteur ‘leidsman, gids’ [1570; WNT leidsman], conducteurs (mv.) ‘geleiders, toezichthouders’ [1567; WNT konvooi]; nnl. ‘beambte bij openbaar vervoer’ [1829; WNT postiljon]. Aanvankelijk betekende de term ‘(bege)leider’ in het algemeen; met de uitbreiding van het openbaar vervoer in de 19e eeuw kreeg het woord de huidige specifieke betekenis.
Ontleend aan Frans conducteur ‘leidsman, opzichter, geleider’, eerder conductour [ca. 1350; Rey], < middeleeuws Latijn conductor ‘id.’ < Latijn conductor ‘huurder, pachter; ondernemer’, nomen agentis bij het werkwoord condūcere ‘samenbrengen, verenigen; huren, pachten’, gevormd uit → com- ‘samen-, bijeen-’ en dūcere ‘leiden’. Dit laatste werkwoord ligt ook ten grondslag aan bijv.dukaat (van dux ‘aanvoerder’), → douche, en misschien → dok, en aan → deduceren, → induceren, → produceren, → reduceren, → aquaduct, → viaduct. Het is Indo-Europees verwant met mnl. tien ‘trekken’, zie → tijgen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

conducteur [kaartjesknipper] {1599 in de betekenis ‘opzichter bij artilleriewerken’; de betekenis ‘beambte bij openbaar vervoer’ 1860} < frans conducteur < middeleeuws latijn conductor [begeleider, voerman], van conducere [begeleiden, escorteren], van com- [samen] + ducere [leiden, voeren] → condottiere.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

conducteur’ (de, -s), (hist.) blanke aanvoerder van een detachement van het Korps Vrijnegers*. Op den 23 April ontving men de aangename tyding, dat een gedeelte van ’t Vry Corps, onder geleide van den Conducteur A. VIN SAC, de Bosch Negers* by de Barabacoeba hadden aangetroffen, en elf stuks gevangen gekreegen (Brouwn 1796; 1984: 51). - Etym.: In AN is c. lang de naam geweest voor allerlei opzichters, i.h.b. in het leger. In hedendaags AN ambtenaar met diverse taken in trein, tram en bus. - Opm.: Er waren opper- en onderconducteurs.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

conducteur (Frans conducteur)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

conducteur ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’ -> Indonesisch kondéktur ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’; Jakartaans-Maleis kondektur ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’; Javaans kondhèktur ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’; Menadonees kondèktur ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’; Soendanees kondektor ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’; Papiaments kòndùktùr ‘kaartjesknipper bij openbaar vervoer’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

conducteur kaartjesknipper 1866 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut