Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

condoom - (voorbehoedmiddel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

condoom zn. ‘voorbehoedmiddel’
Nnl. condoom [1847; Kramers].
Wrsch. ontleend aan Engels condom ‘id.’, met als oudste vindplaats condum [1706; OED]. De verdere herkomst is onzeker. Volgens de algemene hypothese is het condoom genoemd naar de vermoedelijke uitvinder, een dokter Condum, Condon of Cundum, naar de oudste vindplaatsen in het OED, die ten tijde van koning Charles II (1660-1685) zou hebben geleefd. Van een arts met die naam zijn echter geen sporen bekend. Anderen denken aan verband met Latijn condus ‘bewaarder’, condomāre ‘temmen’ of middeleeuws Latijn conduma ‘huis’.
Lit.: M. De Coster (1998) ‘Voeten wassen met je sokken aan. De geschiedenis van het condoom’, in: Trefwoord 13, 192-196; Sanders 1993, 58-59; Grauls 2001, 71-72

EWN: condoom zn. 'voorbehoedmiddel' (1847)
ANTEDATERING: condom "overtrek tegen aansteking" [1843; Hooiberg 1, s.v. Cundum]
{De attestatie in het EWN moet zijn: condom [1847; Kramers].}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

condoom [voorbehoedmiddel] {condom 1847} etymologie onzeker, mogelijk < frans condom, van latijn condomare [volledig temmen, intomen], van com- [samen] + domare [temmen] (vgl. dominee); volgens anderen genoemd naar de 18e-eeuwse Engelsman Condom, die schapendarm als preservatief propageerde.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kondoom s.nw.
Dun rubberskede wat by seksuele omgang oor die penis geskuif word om bevrugting of besmetting te voorkom.
Uit Ndl. condoom (1847 in die vorm condom).
Die herkoms van Ndl. condoom is onseker. Die woord kom miskien uit Fr. condom uit Latyn condomare 'volledig tem, met 'n toom in bedwang bring', met lg. gevorm van com 'saam' en domare 'tem'. Ndl. condoom sou egter ook via Fr. condom ontleen kon wees aan Eng. condom (ongeveer 1706) wat volgens oorlewering so genoem is na die 18de-eeuse dokter Condom of Conton wat aanbeveel het dat 'n skaapderm as voorbehoedmiddel gebruik word.

Thematische woordenboeken

T. Beijer en C.G.L. Apeldoorn (1996), Woordenboek van medische eponiemen, Houten

condoom: sluifje van dun rubber of kunststof dat over de penis geschoven kan worden ter voorkoming van infectie of bevruchting bij de coïtus; preservatief (Van Dale).
Hoewel de Romeinen het preservatief reeds kenden en de Italiaanse anatoom Gabriël Fallopius (1523-’62) al beschermende hulsels ter voorkoming van syfilis aanbevolen had, is de Engelse arts Daniel Turner, lid van het Londense College of Physicians, de eerste die sprak van het ‘condum als het beste, zo niet het enige preservatief’ (Sanders). In zijn in 1717 verschenen boek Syphilis, a Practical Treatise on the Veneral Disease is volgens hem een zekere dokter Condun of Condom de mogelijke uitvinder. Volgens de Engelsen zelf was het afkomstig van de Franse arts Condun. Ze noemden het voorbehoedmiddel French letter. De Fransen spraken van een capotte anglaise en gunden de Engelse arts Condom de eer van de uitvinding. Volgens het verhaal dat Sanders ons in zijn Eponiemenwoordenboek geeft, kreeg Condom van de Engelse koning Karel ii de opdracht iets te bedenken wat het aantal koninklijke bastaarden zou kunnen beperken. Condom adviseerde de koning om, wanneer hij het bed met zijn minnaressen deelde, zijn penis met een dichtgeknoopte dierendarm te omhullen. Het Erotisch Woordenboek van Heestermans noemt de zeventiende-eeuwse arts Conton (sic) als ontdekker. Hoogstwaarschijnlijk, aldus Sanders, moet het verhaal naar het rijk der fabelen verwezen worden en is de dichtgeknoopte dierendarm later bij toeval door een arbeider van een slachthuis ontdekt. Ook het verhaal van de Engelse schrijver James Boswell (1740-’95), die tijdens zijn korte verblijf in Nederland bij zijn veelvuldige bezoeken aan de Amsterdamse bordelen nog steeds van een linnen condoom - zijn ‘wapenrusting’ (armour) - gebruik maakte, kan erop duiden dat het darmpreservatief in die jaren nog geen gemeengoed was. Lang zou het echter niet duren. In 1768 verkocht de Haagse boekverkoper Mathijs Mordechay Cohen niet alleen lichtzinnige lectuur, maar ook ‘condons met lintjes’, die hij zelf van lamsblazen maakte (Noordam). Condun of Condom ten spijt is het waarschijnlijker dat het woord ‘condoom’ is afgeleid van het Latijnse condus, wat ‘vergaarbak’ betekent.

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

condoom, hoesje van dun rubber dat over de penis geschoven kan worden
In 1717 schreef de Engelse arts Daniel Turner in zijn boek Syphilis, A Practical Treatise on the Veneral Disease: ‘het " Condum " is het beste, zoniet het enige preservatief dat onze libertijnen tot op heden hebben gevonden. Maar omdat het het gevoel zo vermindert, heb ik sommigen van hen horen beweren dat ze liever syfilis riskeren, dan een verbintenis aan te gaan cum Hastis sic clypeatis — met de lans aldus omhuld.’
Turner was de eerste die het woord condoom gebruikte. Als mogelijke uitvinder noemde hij onder meer een zekere dr. Condun of Condom.
Talloze taalkundigen hebben sindsdien geprobeerd te achterhalen wie deze dr. Condom was. Volgens oude medische en encyclopedische naslagwerken was dr. Condom werkzaam aan het hof van de Engelse vorst Karel de Tweede. Deze regeerde van 1660 tot 1685 en hield er vele minnaressen op na. Charles kreeg te veel onwettige kinderen en wilde hier iets tegen doen.
Nu had de Italiaanse anatoom Gabriel Fallopius al in 1564 de uitvinding wereldkundig gemaakt van een klein linnen hoedje dat met een beetje spuug of lotion ‘op het hoofd van de roede’ moest worden geplaatst. Dr. Condom nu kwam met een dichtgeknoopte dierendarm en was daarmee de uitvinder van het volledig bedekkende darmcondoom. Koning Charles zou zo te spreken zijn geweest over deze vondst dat hij dr. Condom in de adelstand verhief. Maar, zo vervolgt het verhaal, de arme dokter werd zo met het naar hem genoemde preservatief gepest, dat hij zich genoodzaakt zag zijn naam te wijzigen.
Moderne taalkundigen zetten vraagtekens bij deze verklaring. Volgens sommigen zou het woord ook kunnen zijn afgeleid van het Latijnse condomare dat ‘volledig temmen, intomen’ betekent. Anderen houden het toch op dr. Condom, hoewel archiefonderzoek vooralsnog geen spoor van hem heeft opgeleverd. De kans is in ieder geval klein dat dr. Condom het condoom ook werkelijk heeft uitgevonden. Mogelijk heeft hij het gebruik ervan gepropageerd, maar de meeste medisch-historici geloven tegenwoordig in de zogeheten slachthuis-theorie. Die houdt in dat deze creatieve toepassing van de dichtgeknoopte dierendarm ooit bij toeval is ontdekt door een onbekende arbeider van een slachthuis.
Opmerkelijk is wel dat Engeland tegen het einde van de 18de eeuw een van de grootste producenten van condooms was. Casanova (z.a.) noemt het preservatief in zijn memoires dan ook afwisselend ‘un vêtement anglais qui met l’âme a repos’ of een ‘redingote [een geklede, lange jas] anglaise’. De Engelsen kaatsten dit compliment terug en spreken nog altijd van French letter.
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

condoom ‘voorbehoedsmiddel’ -> Indonesisch kondom ‘voorbehoedsmiddel’; Jakartaans-Maleis kondom ‘voorbehoedsmiddel’; Sranantongo kondo ‘voorbehoedsmiddel’ (uit Nederlands of Engels).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

condoom voorbehoedmiddel 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut