Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

computer - (elektronische machine voor het opslaan en verwerken van gegevens)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

computer zn. ‘elektronische machine voor het opslaan en verwerken van gegevens’
Nnl. computer, computor “rekentuig, in 't bijz. automatische elektronische rekenmachine” [1957; WPJ], computer ‘elektronisch rekentuig’ [1959; WNT Aanv.].
Ontleend aan Engels computer ‘elektronisch rekentuig’ [1941 of 1946; OED], eerder al ‘mechanisch rekentuig’ [1897; OED], veel eerder al in de betekenis ‘rekenaar (beroep)’ [1646; OED], een afleiding van het werkwoord compute ‘(be)rekenen’ [1631; OED] < Frans computer [1595; Rey] < Latijn computāre ‘rekenen’, gevormd uit → com- ‘samen’ en putāre ‘schatten, rekenen’, oorspr. ‘schoonmaken, opknappen, bijknippen’, verwant met pūrus ‘schoon’, zie → puur.
Het Latijnse werkwoord putāre betekende o.a. in de terminologie van de wijnbouwers ook ‘snoeien’ en ‘snijden’ (met deze betekenis bijv. in → amputatie). Het maken van inkervingen in een kerfstok werd dan imputāre genoemd en het bij elkaar tellen computāre. Zo ontstond voor het laatstgenoemde werkwoord de betekenis ‘rekenen’.
Dale 1872 geeft voor het werkwoord computeeren “eenen overslag maken, berekenen” op, tezamen met het zn. computatie “overslag, berekening” < Frans computer ‘berekenen, schatten’ resp. computation ‘berekening’, zie ook → kantoor. Tegenwoordig gebruikt men alleen nog het opnieuw aan het Engels ontleende werkwoord computeren ‘met de computer werken’ [1962; WNT Aanv.] met Engelse uitspraak en klemtoon op de tweede lettergreep.
Lit.: Bartels 1996, 46-47

EWN: computer zn. 'elektronische machine voor het opslaan en verwerken van gegevens' (1957)
ANTEDATERING: een computor voor de berekening van de windsnelheid [1950; De Telegraaf (KB) 10/5]
Later: een "computer" – een soort rekenschijf [1951; De Nieuwsgier (KB) 16/1] (EWN: 1957)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

computer [rekentuig] {1965} < engels computer, van het ww. to compute [(be)rekenen] < latijn computare [berekenen], van com- [samen] + putare [schoonmaken, in het reine brengen, berekenen, taxeren], rationem putare [de rekening opmaken, afrekenen], van putus [rein, zuiver] (vgl. kantoor).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

computer (Engels computer)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

computer rekentuig 1957 [WP jaarboek 1958] <Engels

Winkler Prins Boek van het jaar (1958-1980), Amsterdam / Brussel (lemma ‘Nieuwe woorden in onze taal’)

computerrekentuig (1957); Computer (1958) de ook in de Ned. literatuur - vooral door zijn kortheid en vaagheid - veel gebruikte term voor overwegend elektronische apparatuur die reken- en
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut