Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

compost - (meststof uit afval)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

compost zn. ‘meststof uit afval’
Vnnl. compost ‘mest’ [ca. 1540; Kampen 1980]; nnl. compost ‘meststofmengsel’ [1847; Kramers].
Ontleend aan Engels compost ‘mengsel voor bemesting’ [1587] < Oudfrans compost ‘samenstelling, inrichting, toestand’ < middeleeuws Latijn compostum < Latijn compōsitum ‘het samengestelde’, het gesubstantiveerde verl.deelw. van compōnere ‘samenstellen’, zie → componeren.
In deze betekenis is compost een herontlening van een woord dat al in het Middelnederlands bestond: compost ‘soort kruidenwijn’ [1400-50; MNHWS], ‘iedere ingemaakte of ingelegde spijs’ [15e eeuw; MNW], wat de voorloper is van het tegenwoordige → compote. Frans compost in de betekenis ‘compost’ [1732] is ook aan het Engels ontleend.
Lit.: H. van Kampen e.a. (1980) Het zal koud zijn in 't water als 't vriest, Den Haag, 118-141

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

compost [meststof] {1847} < engels compost [meststof, eigenlijk: samengesteld] < oudfrans composte < latijn compos(i)tum, verl. deelw. van componere [bijeenbrengen, ordenen, te ruste leggen] (vgl. componeren, compote).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

compost znw. o. m. ‘meststof van faecaliën vermengd met as, aarde enz.’ < ne. compost < ofra. compost ‘samengesteld’ (sedert de 13 de eeuw reeds ‘meststof’) < lat. compositus.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kompos s.nw.
Bemestingstof saamgestel uit allerhande dierlike en plantaardige stowwe.
Uit Ndl. compost (1847) of Eng. compost (1587).
Ndl. compost uit Eng. compost uit Fr. composte.
Vgl. compote.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

kompos: gemengde plantaardige bemestingstof; Ndl. compost/kompost, Eng. compost, via (ouer en jonger) Fr. vorme compost/compôt/compote, uit Lat. compositus, “saamgestel”.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

compost (Engels compost)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

compost ‘meststof’ -> Xhosa komposi ‘meststof’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho kompose ‘meststof’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch kompos ‘meststof’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

compost meststof 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut