Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

component - (samenstellend deel van een geheel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

component zn. ‘samenstellend deel van een geheel’
Nnl. component ‘samenstellend deel’ [1895; WNT Aanv.], ‘samenstellend deel van een verbinding, mengsel etc.’ [1914; Dale].
Via Engels component of Duits Komponente uit Latijn compōnēns (genitief compōnentis), het teg.deelw. van compōnere ‘samenstellen’, zie → componeren.

EWN: component zn. 'samenstellend deel van een geheel' (1895)
ANTEDATERING: het zintuig ontbindt haar weder in haare componenten [1849; Jaarboekje, 438]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

component [samenstellend deel] {1901-1925} < latijn componens (2e nv. componentis), teg. deelw. van componere (vgl. componeren).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Component (< Lat. compónens, -éntis = part. praes. v. compónĕre = samenstellen). Bestanddeel; afzonderlijke ster van een dubbelster of meervoudige ster.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Component (Lat. compónens, gen. -éntis = part. praes. v. compónere = samenstellen; < → com- (1), + pónere = plaatsen). Bestanddeel, samenstellend deel.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Component (< Lat. componere = samenstellen). Bestanddeel. Eig. wat iets anders mede samenstelt. In wisk. spraakgebruik ook: wat met iets anders samengesteld wordt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

component ‘samenstellend deel’ -> Indonesisch komponén ‘samenstellend deel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

component samenstellend deel 1901 [KUI] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut