Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

complex - (samengesteld, ingewikkeld)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

complex bn. ‘samengesteld, ingewikkeld’
Nnl. complex ‘samengesteld’ [1847; Kramers], ‘ingewikkeld’ [1938; WNT Aanv.].
Gezien het ontbreken van de uitgang -us is het woord via Frans complexe of Duits komplex ontleend aan Latijn complexus ‘samengesteld’, verl.deelw. van complectī ‘omvatten, omsluiten’, gevormd uit → com- ‘samen’ en het werkwoord plectere ‘vlechten’, etymologisch verwant met → vlechten.
complex zn. ‘samengesteld geheel; zenuwtoestand’. Nnl. complex ‘samengesteld geheel’ [1847; Kramers], dit geheele complex van ... regelen ‘dit geheel van regels’ [1875; WNT Aanv.], complex ‘geheel van bouwwerken’ [1905; WNT Aanv.], ‘zenuwtoestand’ [1950; Dale]. Ontleend via Frans complex of Duits Komplex aan Latijn complexus ‘samenstelling, verbinding’, letterlijk ‘samenvlechting’. Het internationale woord complex ‘zenuwtoestand’ werd in 1906 gevormd in het Duits door Neisser (Individualität und Psychose) en in 1907 gepopulariseerd door C.G. Jung (Über die Psychologie der Dementia Praecox).

EWN: complex bn. 'samengesteld, ingewikkeld' (1847)
ANTEDATERING: Een "saamengezet" (of "complex") "denkbeeld" [1761; Watts, 39]
EWN: ♦ complex zn. 'samengesteld geheel; zenuwtoestand' (1847)
ANTEDATERING: hetzelfde complex van slijmhuidgangen en bloedvaten [1841; ArchiefvG, 600]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

complex [samengesteld geheel] {1847} < frans complexe < latijn complexus [omarming, het omvatten, omvang], van complecti [omvatten], van com- [samen] + plectere [vlechten, ineenvoegen] (vgl. complexie).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Complex (Lat. compléxus = part. perf. v. complécti = omvatten, omhelzen, in zich verenigen; < → com- (1), + pléctere = vlechten). 1. Subst.: samengesteld geheel. 2. Adj.: samengesteld (uit ongelijksoortige elementen), ingewikkeld; b.v. complexe verbinding.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Complex (< Lat. complexus = het omvatten; complecti = omvatten). Wat verscheidene dingen in zich bevat. Samengesteld. Als adjectief gebruikt in complex getal: getal met meer dan één soort eenheden. Als substantief naam voor bepaalde systemen; vb. stralencomplex: verzameling van lijnen, die aan één voorwaarde in de lijncoördinaten voldoen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

complex ‘samengesteld geheel; gebouwencomplex’ -> Indonesisch komplék(s) ‘groep bij elkaar horende gebouwen; groep merendeels onbewuste impulsen die het gedrag beïnvloeden’; Jakartaans-Maleis komlek ‘gebouwencomplex’; Menadonees komplèks ‘samengesteld geheel’.

complex ‘samengesteld; ingewikkeld’ -> Indonesisch komplék(s) ‘ingewikkeld’; Boeginees kompelế ‘samengesteld; volledig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

complex samengesteld geheel 1847 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut