Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

comparatief - (constructie met treden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

trap 2 zn. ‘constructie met treden’
Mnl. trappe ‘graad’ in ten oppersten trappe uan bedingen ‘in het opperste stadium van gebed’ [1236; CG I], ‘trede’ in ons heren Die de .xv. trappen op ghinc Ieghen der naturen ghehinc ‘(van) van onze Heer (nl. als kind) die in strijd met de natuur de vijftien trappen opklom’ [1340-60; MNW-R], ‘constructie met treden’ in Als ment verstont op den vloere, dat volc daer buten was in roere, staken sine ter trappen neder ‘toen men het daarboven begreep, dat het volk daarbuiten in opstand was gekomen, duwden ze hem naar buiten de trap af’ [1365-85; MNW-R], Vanden trap te maken anden preeckstoel XIII cr. ‘voor het vervaardigen van de trap voor de preekstoel 13 kronen’ [1462; MNW].
Hetzelfde woord als → trap 1 ‘schop’. De huidige betekenis is bij uitbreiding ontstaan uit de enkelvoudige betekenissen ‘trede’ en overdrachtelijk ‘graad’.
Als grammaticale term is trap ‘vorm van een bijvoeglijk naamwoord die aanduidt in welke graad de hoedanigheid aanwezig is’ een vertaling van het Latijnse gradus ‘stap, graad’, zie → graad. Aanvankelijk werd ook het woord graad gebruikt: vnnl. Verghelijckenisse en graden - positif, comparatif, superlatif [1571; Heyns], graden oft trappen [1605; Heyns], vergelijkinge - stellinge, vergrotinge en uytneminge [1633; Van Heule], Een Vergrootelic Byvouglic woort is, welk een grooter, ende ook een grootst woort heeft, als Geleert, Geleerder, Geleertst ofte Geleerst, dit worden Trappen der vergrootinge genaemt [1626; iWNT], De Trappen der Ver-ghe-lijking zijn dry: de Stellende/ Ver-ghe-lijkende/ Over-treffende [1649; Kók]. Het vermogen tot vergelijking is een belangrijk, klassiek kenmerk van het bijvoeglijk naamwoord, dat zich in de Indo-Europese talen uit in de vormveranderingen vanuit de stellende trap in de vergrotende en overtreffende trap (Latijn gradus positivus, comparativus en superlativus).
Lit.: Ruijsendaal 1989

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

comparatief [vergelijkend (bn.), vergrotende trap (zn.)] {comparativus, comparatyf [vergrotende trap] 1638, comparatif [vergelijkbaar] 1720} < latijn comparativus [vergelijkend], van comparare [naast iemand plaatsen, vergelijken], van com + par [gelijk, gelijke]. Als grammaticale term heeft de vernederlandsing vergrotende trap {1706} de oudere vormen grooter (woort) {1625} en vergrotinge {1633} verdrongen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

comparatief ‘vergrotende trap’ -> Indonesisch komparatif ‘vergrotende trap’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

comparatief vergrotende trap 1638 [Ruijs] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut