Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

commandeur - (een van de hoogste rangen bij ridderorden; officiersrang bij de marine)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

commandeur zn. ‘een van de hoogste rangen bij ridderorden; officiersrang bij de marine’
Mnl. commanderre ‘waardigheidsbekleder bij religieuze (ridder)orde, hoofd van een vestiging van die orde’ [1282; CG I, 617], ook gespeld commendeere, comendere, commendoer, commeldure, commendeur, commenduir, commenduer, commendur, commendore (alle voor 1300, CG I), commenduyr [1303; MNW]; vnnl. commenduyr ‘waardigheidsbekleder bij religieuze orde’ [1525; WNT verantwoorder], commendeur ‘chef’ [1573; Thes.], commandeur ‘leider, machthebber’ [1599; Kil.], ‘militair bevelhebber’ [1600; WNT zitten I], ‘hoge rang bij de vloot’ [1609; WNT veranderen]; nnl. Commandeur van de orde van de Nederlandsche Leeuw ‘hoge rang bij ridderorde’ [1816; WNT staatsraad].
Ontleend aan Frans commandeur ‘waardigheidsbekleder bij ridderorde; leider’ [1260], ouder commandere ‘id.’ [1160; Rey], afleiding van het werkwoord commander, zie → commanderen.
Commandeur is in het Frans na 1661 (Rey) vervangen door commandant. Ook in het Nederlands is commandant gebruikelijker geworden voor ‘bevelhebber’, zie → commanderen; in het Engels bleef commander algemeen.
De Middelnederlandse spelling commandore, commendoer hoeft niet op een andere uitspraak te wijzen dan de ook reeds Middelnederlandse schrijfwijze commandeur: zowel -o- als -oe- kunnen een /eu/ aangeven.
commodore zn. ‘bevelhebber over smaldeel; gezagvoerder van konvooi schepen; hoge rang bij de luchtmacht’. Nnl. commodore ‘bevelhebber van een smaldeel’ [1781; WNT uitkomen I], ‘gezagvoerder van vlaggenschip’ [1942; WNT vlaggeschip], ‘gezagvoerder bij marine of luchtmacht’ [1950; Kramers III]. Ontleend aan Engels commodore ‘hoge officiersrang bij de marine’ [1748; OED], ouder commadore [1703; OED] en commandore [1695; OED]. Het woord is in Engeland gebruikelijk geworden in de 17e eeuw, ten tijde van de uit Nederland afkomstige koning Willem III. Ontlening aan Nederlands commandeur wordt algemeen aangenomen; dat er daarbij ook beïnvloeding door het Spaans of Portugees (comendador naast comandante) plaatsvond, lijkt niet waarschijnlijk.

EWN: ♦ commodore zn. 'bevelhebber over smaldeel; gezagvoerder van konvooi schepen; hoge rang bij de luchtmacht' (1781)
ANTEDATERING: den Engelschen Commodore leverde vervolgens zyn Last over aen ... [1771; Gazette 21/11]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

commandeur [rang van opperofficier bij de marine, een der hoogste rangen bij ridderorden] {commandoor [commandeur, waardigheidsbekleder bij geestelijke ridderorden] 1280, commendeur [chef] 1573} < oudfrans commandeur, afgeleid van commander (vgl. commanderen).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

commandeur (Frans commandeur)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

commandeur ‘bepaalde rang van vlagofficier bij de marine’ -> Engels commodore ‘bevelvoerend marineofficier; gezagvoerder; voorzitter van een zeilclub’; Deens † kommandør ‘kapitein bij de walvisvangst’; Deens commodore ‘chef bij Britse marine’ ; Frans commodore ‘Nederlandse, Britse of Amerikaanse marineofficier, direct onder de schout-bij-nacht’ ; Italiaans commodoro ‘bevelvoerend marineofficier’ ; Portugees comodoro ‘rang in de militaire hiërarchie’ ; Maltees komodor ‘bevelvoerend marineofficier’ ; Indonesisch kemendur, mandor ‘aanvoerder; havenmeester; controleur; opzichter’; Atjehnees keumandō ‘commandant’; Javaans kumendur, kumendhur ‘opzichter’; Madoerees komēndhūr, kumēndhūr, kamēndhūr ‘marineofficier, gezagvoerder van een schip’;? Madoerees mandhōr ‘opzichter’ (uit Nederlands of Portugees); Minangkabaus kumandua ‘bepaalde rang van vlagofficier bij de marine’; Nias kumandru ‘controleur’; Creools-Portugees (Batavia) commandoor ‘bevelvoerder’; Tamil dialect † kommantōr ‘bevelvoerend marineofficier’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

commandeur laagste rang van vlagofficier bij de marine 1739 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal