Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

commanderen - (bevelen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

commanderen ww. ‘bevelen’
Vnnl. ick commandeer ‘ik voer het bevel’ [1580-1610; WNT turfhoek], commanderen ‘bevel voeren’ [1617; WNT].
Ontleend aan Frans commander ‘bevelen geven, leiden’ [16e eeuw; Rey], eerder al ‘toevertrouwen, aanbevelen’ [980; Rey], < vulgair Latijn *commandare, uit klassiek Latijn commendāre ‘toevertrouwen, aanbevelen’, sinds Caesar ook ‘bevelen geven’, gevormd uit → com- ‘samen’ en het werkwoord mandāre ‘opdragen, toevertrouwen’, zie → mandaat. De veronderstelde vulgair-Latijnse tussenvorm vertoont invloed van het simplex mandāre. Zie ook → commandeur, → commando.
Engels commandeer ‘tot militaire dienst dwingen, rekwireren’ [1881; BDE] is ontleend aan het Afrikaanse werkwoord kommandeer, een ontlening naar aanleiding van de Boerenoorlog. In de betekenis ‘bevel voeren, bevelen geven’ heeft het Engels command ontleend aan Frans commander.
commandant zn. ‘(militair) bevelhebber’. Commandant ‘militair bevelhebber’ [1676; WNT]. Ontleend aan Frans commandant ‘id.’ [1661; Rey], teg.deelw. van commander.

EWN: commanderen ww. 'bevelen' (1580-1610)
ANTEDATERING: Maer wist ghy wat sorghe en last het commanderen / Met bringht [1577; Houwaert, 91]
EWN: ♦ commandant zn. '(militair) bevelhebber' (1676)
ANTEDATERING: syn Commandant ende Proviant-meester [1617; Bor, 63]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

commanderen [bevelen] {1590} < frans commander < latijn commendare (vgl. commende).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

commanderen (Frans commander)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

commanderen ‘bevelen’ -> Zuid-Afrikaans-Engels commandeer ‘tot militaire dienst dwingen; (in)vorderen’ ; Ambons-Maleis komandér ‘bevelen’; Javaans kemèndir, kumendhir ‘bevelen’; Madoerees komēndhīr, kamēndhīr ‘bevelen’; Soendanees kumĕndir ‘bevelen’; Sranantongo komanderi ‘bevelen’; Saramakkaans kumadéi ‘bevelen’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

commanderen bevelen 1590 [Schulten Tw. 9] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

934. Kommandeer je hond en blaf zelf.

Dit zegt men tot iemand, wiens bevelen men niet wenscht af te wachten. De zegswijze is in Noord- en Zuid-Nederland bekend; vgl. Harreb. I, 316; Kmz. 102; Mgdh. 193; Nest, 75: Kommandeer je honden en blaf zelf; blz. 133: Kommandeer je honden of blaf zelf; S.M. 5: Wel ja, inrukken? Kommedeer je hond en blaf zelf; Groningen IV, 196; Draaijer, 17: Kommandeer î de hond en blaf zelf, zegt men tot iemand, die ons iets bestelt, dat hij heel goed zelf kan doen, die ons voor knecht wil gebruiken; Molema, 217: komdijr dien hond en blaf zulf; fri. kommandearje dyn hounen en blaf sels; Antw. Idiot. 1629: Commandeert uwen hond en bast zelf, zegt men tot iemand wiens bevel men niet wil uitvoeren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut