Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

comfortabel - (gerieflijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

comfort zn. ‘materieel gemak’
Mnl. confoort, confort ‘versterking van kracht (door geneesmiddelen, bijstand, troost)’ [14e eeuw; MNW]; nnl. comfort ‘gemak, genoegen’ [1847; Kramers].
Ontleend aan Oudfrans confort ‘moed’ [1080], afgeleid van het vulgair-Latijnse werkwoord *confortare ‘versterken’, gevormd uit → com- en het bn. fortis ‘sterk’, zie → fort. In de moderne betekenis is het woord ontleend aan Engels comfort ‘materieel gemak’ [19e eeuw], eerder al ‘hulp, troost’ [13e eeuw], dat eveneens teruggaat op Oudfrans confort.
Volgens Kramers lag de klemtoon in 1912 nog op de eerste lettergreep. De huidige uitspraak in Nederland is op de Franse geënt; de bovengewestelijke standaardtaal in Nederlandstalig België heeft daarentegen meestal /-fort/, al wordt comfort daar in alle dialecten op zijn Frans uitgesproken.
Frans confort heeft de Engelse betekenis overgenomen [1815], en gedurende de 19e eeuw komt naast confort ook de geassimileerde vorm comfort voor.
comfortabel bn. ‘behaaglijk, aangenaam’. Nnl. comfortable ‘behaaglijk, genoeglijk, gemakkelijk’ [1847; Kramers]. Ontleend aan Engels comfortable ‘id.’, afleiding van comfort.

EWN: comfort zn. 'materieel gemak' (14e eeuw)
ANTEDATERING: grote hulpe ende confort 'grote hulp en steun' [1315-30; iMNW confoort]
Later: een denkbeeld van de ware "comfort" [1830; Ravelyn, 180] (EWN: 1847)
EWN: ♦ comfortabel bn. 'behaaglijk, aangenaam' (1847)
ANTEDATERING: een "confortable" vuurtje (in de haard, in Londen) [1816; Defauconpret, 208]
Later: minder confortabel [1834; Van der Hoop/Schull, vi]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

comfortabel [gerieflijk] {1847} < engels comfortable < oudfrans confortable (vgl. comfort).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

comfortabel (Engels comfortable)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

comfortabel ‘gerieflijk’ -> Indonesisch komfortabel ‘gerieflijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

comfortabel gerieflijk 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut