Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

collier - (halssnoer, halsband)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

collier zn. ‘halssnoer, halsband’
Mnl. colire ‘stevige kraag als onderdeel van een wapenrusting’ [13e eeuw; MNW], ‘halsketting’ [1467-90; MNHWS]; vnnl. collieren (mv.) ‘halsdoeken, kragen’ [1544; WNT], collierken ‘klein halssieraad’ [1544; MNW-R]; nnl. ‘halssieraad’ [1864; Calisch].
Ontleend aan Frans collier, ouder colier ‘kraag van wapenrusting, halsstuk’ [1268; Rey] < Latijn collarium [5e eeuw; Rey], een variant van collāre ‘halsband, halsijzer voor slaven’, bij collum ‘hals’, zie → kol ‘halsboord’. Gezien de uitspraak van nnl. collier is een latere herontlening van de betekenis ‘halssieraad’ aan het Frans waarschijnlijk.
In het Middelnederlands komt ook voor de vorm coller ‘ringkraag van wapenrusting’ [1450-35; MNW-R] (waaruit kolder als in maliënkolder), die via een variant Oudfrans coler ‘halsband’ rechtstreeks ontleend is aan Latijn collāre. In het Frans kreeg de vorm collier vanaf de 15e eeuw de overhand in de betekenis ‘halsjuk van een paard’ en ‘halsjuweel’, terwijl coler dialectisch bleef voor ‘halsband’. Ook Engels collar is ontleend aan het Frans, maar de spelling werd daar al vroeg aangepast aan het Latijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

collier [halssnoer] {1401-1450} < frans collier, met vervanging van achtervoegsel < latijn collarium [halsband] of van collare, o. van collaris [m.b.t. de hals] (vgl. col).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

klier 2 o. (hemdsklier), uit Fr. collier, een afleid. van col, Lat. collum = hals (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

koljee (zn.) halsketting; Middelnederlands colire <1201-1300> < Frans collier.

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kral(le)jee, zn.: halsketting. Contaminatie van kralen en collier.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kalier, zn.: vest. Met voortonig versterkte klinker uit Mnl. collier(e) ‘halskraag, halsdoek’ < Ofr. colier, Fr. collier ‘halsband, halsketting’ < Laatlat. collarium, afl. van Lat. collum hals’. Vgl. kulder 1.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

kalier vest (Antwerpen). = mnl. collier(e) ‘halskraag’ « ofra. colier (= fra. collier) ‹ laatlat. collarium (afl. bij lat. collum ‘hals’).
Roukens 197-200, krt. 36.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

colliere (DB), zn. v.: halsband met pinnen (m.n. voor honden). Mnl. colliere ‘halskraag’, Ofr. colière ‘paardengareel’, afl. van Lat. collis ‘hals’.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

collier (Frans collier)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

collier halssnoer 1401-1450 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut