Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cola - (zekere frisdrank)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cola zn. (NN) ‘zekere frisdrank’
Nnl. cola ‘uit vruchten van de plant kola getrokken opwekkend middel’ [1930; Brandt/Haan], cola's (mv.) ‘glazen frisdrank’ [1952; WNT Aanv.], cola ‘frisdrank’ [1955; Reinsma 1975].
Ontleend aan Amerikaans-Engels cola ‘zeker type frisdrank’, het eerst als colas (mv.) [1920; OED], of zelfstandig in het Nederlands verkort uit Amerikaans-Engels Coca-Cola, een merknaam gedeponeerd in 1886. De naam geeft de oorspr. ingrediënten van de drank weer: cafeïne bevattende stroop van kolanoten (zie → kola) en bladeren van de cocaplant, zie → coca, die een spoortje cocaïne bevatten.
Coca-Cola is in 1914 al in Nederland geïntroduceerd, maar de aanvoer stokte als gevolg van de Eerste Wereldoorlog. De Olympische Spelen van 1928 in Amsterdam waren een nieuwe impuls voor het merk, maar echt populair werd de drank pas na de Tweede Wereldoorlog. De verkorting tot cola kan in die tijd zijn ontstaan, doordat toen verschillende merken in omloop kwamen die alle cola als tweede lid hadden, zoals Pepsi-Cola (in het Amerikaans-Engels sedert 1903; OED). In het BN is de Franse verkorting coca, dan wel met Nederlands aanvangsaccent, gebruikelijker. In het Engels is de verkorting coke gebruikelijk.
Het eerste deel van de merknaam, coca, is gebleven, hoewel er nu geen cocaïne meer in de drank zit; dit deel van de naam is wettelijk beschermd.
kola zn. ‘zekere boom en noot’. Nnl. kola ‘uit West-Afrika afkomstige kolanoot en kolaboom’ [19e eeuw; WNT]. Dit woord werd voor de spellinghervorming van 1996 ook wel met een c geschreven, vermoedelijk onder invloed van de Engelse spelling in coca cola óf van de Latijnse benamingen Cola nitida en Cola acuminata voor de kolabomen. Het woord is echter oorspr. niet afkomstig uit het Latijn, maar stamt van een inheems Afrikaans woord van onbekende herkomst. In het Temne (een taal in Sierra Leone) en het Yoruba (een Niger-Congo-taal) betekent kola ‘noot’.
Lit.: J. Daeleman (1980), ‘Les étymologies africaines du FEW’, in: Vox Romanica 39, 104-119; Reinsma 1975, 48

EWN: cola zn. (NN) 'zekere frisdrank' (1930)
ANTEDATERING: de kola zal … als onschadelijk, opwekkend middel gebruikt worden, in plaats van alcohol, thee, koffie, enz. [1890; NvdD 11/11] (1930)
Later: Coca Cola en andere soorten van zachte dranken [1906; De Grondwet (KB) 19/6]; "Drink slechts coca-cola" [1913; Middelburgsche courant (KB) 6/2]; die soepjes, de broodjes, cola's en al die dingen [1949; Leidsch dagblad (Ld) 3/12] (EWN: 1952)
EWN: ♦ kola zn. 'zekere boom en noot' (19e eeuw)
ANTEDATERING: vnnl. een fruyt ghenaemt "Cola" [1623; Ruyters, 276]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

co’la, 1. (de), Coca cola. - 2. (de, -’s), flesje of glas Coca cola. Geef me een cola. - Ik heb geen cola, wel Spur Cola (mond.); het is een vb. van zowel bet. 1 als 2. - Etym.: Andere merken cola worden nooit kortweg ‘cola’ genoemd. - Zie ook: pepsi*.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cola koolzuurhoudende frisdrank 1952 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal