Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

codex - (oud handgeschreven boek; verzameling wetten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

codex zn. ‘oud handgeschreven boek; verzameling wetten’
Mnl. Den legisten laet ic hoer boecken ... Mit horen codicen ende digesten ‘aan de rechtsgeleerden laat ik hun boeken met hun verzamelingen wetten en jurisprudentie’ [1470-90; MNW-R]; nnl. codices (mv.) ‘handschriften’ [1816; WNT uitcijferen], codex ‘(verzamel)handschrift’ [1838; WNT stempel I].
Ontleend aan Latijn cōdex ‘wetboek’, een dialectische variant van caudex ‘boomstronk; blok hout waarvan tabletten worden gezaagd voor schrijfplankjes; boek; wetboek’, misschien bij het werkwoord cūdere ‘slaan, stampen’, dat wrsch. verwant is met → houwen. De Romeinen schreven oorspr. op met was bedekte plankjes.
In het Glossarium Harlemense, een Latijns-Nederlandse woordenlijst uit de 15e eeuw, wordt het Latijnse woord codex vertaald met “boec”. Pas sinds de wetenschappelijke belangstelling voor Middelnederlandse handschriften in de 19e eeuw is het woord ontleend in de betekenis ‘oud, met de hand geschreven boek’; sinds 1847 staat het in Kramers in de betekenis ‘oud handschrift’, maar in Woordenschat 1899 heet het nog “de oude naam voor boek”.
In het vulgair Latijn had codex ook de betekenis ‘verzameling wetten’; de bekendste van die codices is de Codex Justinianus, die in de 6e eeuw op initiatief van de Byzantijnse keizer Justinianus is samengesteld en de basis vormt van het Romeinse recht in West-Europa. Latijn codex ontwikkelde zich tot code in het Frans, zie → code. In het Nederlands worden zowel codex als code in juridische zin gebruikt, in het Frans staat codex alleen voor ‘lijst met farmaceutische termen’.
codicil zn. ‘aanvullende bepaling bij een testament’. Mnl. Dat alle die dinghen, die hier na volghen in dese codicille bescreven, vuldaen worden ghelijc minen testamente ‘dat alles wat hieronder in dit codicil beschreven staat, uitgevoerd wordt als mijn laatste wilbeschikking’ [1339; MNW wederroepen]; vnnl. alderhande Legaten ende besprekken, die henluyden by ... Testament, Codicillen ofte andersins besproken ofte gemaeckt worden [1536; WNT Supp. aalmis], codicille [1545; Stall.]. Ontleend aan Latijn cōdicillus ‘plankje, brief, korte tekst’, verkleinwoord van Latijn cōdex. ♦ donorcodicil zn. ‘verklaring dat iemand na zijn dood zijn organen voor transplantatie beschikbaar stelt’. Nnl. donorcodicil ‘id.’ [1984; Dale]. Gevormd uit → donor en codicil.
Lit.: J. Nuchelmans e.a. (1976) Woordenboek der oudheid, Bussum; Sterkenburg 1973

EWN: ♦ donorcodicil zn. 'verklaring dat iemand na zijn dood zijn organen voor transplantatie beschikbaar stelt' (1984)
ANTEDATERING: "donorcodicil" [1978; LC (KB) 4/4]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

codex [handschrift] {1560 in de betekenis ‘wetboek’; de betekenis ‘handschrift’ 1816} < latijn codex, caudex [boomstam, boek of lijst, i.h.b. kasboek, in laat-lat. verzameling wetten], verwant met cudere [hakken, houwen]. De betekenisontwikkeling is duidelijk als men bedenkt, dat de Romeinen veelal op wastafeltjes schreven → code, codicil.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

codex (Latijn codex)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Codex (meerv. codices; zie Code). Thans gebruikt men het woord Codex vooral in de beteekenis van een of ander belangrijk handschrift, bijv.: codex argenteus (spr. uit: argentéé-us), d. i.: zilveren handschrift, het handschrift van Ulfilas (zie: Indo-Germaansch), dat met zilveren letters op purperkleurig perkament geschreven is en in de Universiteitsbibliotheek te Upsala berust. Vooral zijn eenige oude, en dus kostbare handschriften van den Bijbel als codices bekend; de drie beroemdste zijn:
1°. Codex Vaticanus, die op het Vaticaan (z. d. w.) berust; hij bestaat uit 700 bladen over 3 kolommen van ’t fijnste perkament, omstreeks een voet in het vierkant, saamgebonden in boekvorm; hij dateert uit de 4e eeuw en bevat bijna den geheelen bijbel.
2°. Codex Sinaïticus (in Petrograd berustende); hij werd in 1844 in een klooster aan den voet van den berg Sinaï ontdekt en dateert eveneens uit de 4e eeuw. Het N. Testament is compleet, het O. T. niet.
3°. Codex Alexandrinus (5e eeuw), die te Londen berust; het bevat bijna ’t geheele O. T. en grootendeels ook het N. T.
Ook noemt men codex in sommige landen een verzameling van wetten, bijv.: Codex Theresianus (= wetboek van Maria Theresia); Code Napoleon (zie code en Palimpsest).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

codex handschrift 1838 [WNT stempel I] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut