Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cocoonen - (lui thuis recreëren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cocon zn. ‘omhulsel van een vlinderpop’
Nnl. cocons (mv.) ‘zijdepoppen’ [1843; WNT zijde II], cocon ‘verpopte rups’ [1855; WNT vorsch I], een zijdetonnetje of cocon [1865; WNT zijde II].
Ontleend aan Frans cocon ‘pop van zijderups’ [1653; Rey], ouder coucon [1600; Rey] < Provençaals coucoun ‘eierschaal, cocon’, verkleinwoord van Provençaals coco ‘notendop, eierschaal, schelp’ < Latijn coccum ‘woekering aan plant of boom, galnoot, scharlakenbes’ en bij uitbreiding ‘rond voorwerpje aan te treffen op plant of boom’ < Grieks kókkos ‘pit, bes’, dat van niet Indo-Europese oorsprong is. Een andere theorie, dat cocon teruggaat op Laatlatijn cocca ‘kroes, halve bol’ [9e eeuw], misschien een schriftelijke variant van Latijn concha ‘schelp’, lijkt semantisch veel minder waarschijnlijk.
De eerste Nederlandse vindplaats is opvallend laat: Engels cocoon is al veel eerder aan het Frans ontleend [1699; BDE], en in het Duits komt Kokon voor sinds de introductie van de zijde-industrie aldaar door Frederik II in 1761. In Nederland bestond de zijde-industrie al in de 17e eeuw (WNT); men kende toen wel het woord → pop 1 ‘ingesponnen rups’, dat volgens het WNT in het bijzonder gebruikt werd voor de cocons van de zijdeworm, bijv. in de samenstelling zypoppen (mv.) [1714; WNT].
cocooning zn. ‘trend uit de late jaren 1980 om binnenshuis luierige gemoedelijkheid te zoeken’. Nnl. cocooning ‘id.’ [1989; Koenen/Smits]. Ontleend aan Amerikaans-Engels cocooning ‘id.’. In 1986 gebruikt Faith Popcorn, een Newyorkse trendanaliste, voor het eerst het zn. cocooning voor het verschijnsel dat de Noord-Amerikanen minder uithuizig werden. Vorm van het werkwoord cocoon ‘inwikkelen’ [1881], ‘verpoppen’ [1884], ‘bedekken met een beschermende laag’ [1951]. ♦ cocoonen ww. ‘lui thuis recreëren’. Nnl. cocoonen ‘id.’ [1991; Coster 1999]. Ontleend aan Amerikaans-Engels cocoon ‘id.’ [1991; Tulloch], een verdere betekenisontwikkeling van het werkwoord dat oorspr. ‘verpoppen’ betekent, of zelfstandig in het Nederlands afgeleid van het eerder ontleende zn. cocooning. ♦ cocooner zn. ‘iemand die zich terugtrekt in eigen huis’. Nnl. cocooner ‘id.’ [1996; Verschueren]. Ontleend aan Amerikaans-Engels cocooner ‘id.’ [1991; Tulloch], afleiding van het werkwoord cocoon ‘lui thuis recreëren’.

EWN: cocon zn. 'omhulsel van een vlinderpop' (1843)
ANTEDATERING: een nieuwe Haspel, om de Zyde van de Cocons of Poppen af te winden [1751; Oprechte Haerlemsche courant (KB) 26/8]
EWN: ♦ cocooning zn. 'trend uit de late jaren 1980 om binnenshuis luierige gemoedelijkheid te zoeken' (1989)
ANTEDATERING: dat "cocooning" de nieuwe trend is [1988; De Telegraaf 30/4]
EWN: ♦ cocoonen ww. 'lui thuis recreëren' (1991)
ANTEDATERING: Cocoonen dé trend met Kerstmis 1989 [1989; De Telegraaf 23/12]
EWN: ♦ cocooner zn. 'iemand die zich terugtrekt in eigen huis' (1996)
ANTEDATERING: die de yup ontwierpen, de dinky, de ultra en de cocooner [1989; LC (KB) 10/6]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

cocoonen, cocooning (← Eng.), het zich terugtrekken uit het maatschappelijk engagement in eigen huis, tuin en bij zijn kinderen; het uitgaansleven inwisselen voor de geborgenheid van zijn woning; het scheppen van een gezellig sfeertje in de eigen woning en zich daardoor min of meer afsluiten van de buitenwereld. Men spint zich in als een insect in zijn cocon. Eind jaren tachtig is deze trend op gang gekomen. De naam werd bedacht door de Amerikaanse marketinggoeroe Faith Popcorn.

De marketeers hadden iets nieuws gevonden: ‘cocooning’. Het kwam er op neer dat wij en masse gingen verinnerlijken, meer aandacht kregen voor de immateriële geneugten, en groen gingen denken. Uitgaan in de jaren negentig zou hooguit bestaan uit elkaar treffen in de lounge: clubfauteuils, een pindaatje bij de borrel. (Avenue, oktober 1989)
Cocooning is de Amerikaanse trend voor het je inspinnen in huiselijkheid, een verschijnsel dat, als we de trendgevoelige media mogen geloven, momenteel op grote schaal om zich heen grijpt. (Opzij, december 1989)
De doorsnee Vlaming houdt het uitgangsleven voor bekeken. De moderne mens vindt nu zijn gading in huis, tuin en kinderen. De trend zat er al een tijdje aan te komen, en is nu bevestigd door de wetenschap. Cocooning heet het. (De Morgen, 12/12/89)
Het milieu is een schitterende uitlaatklep voor allerlei persoonlijke machteloosheid en ontoereikendheid over een gistend Oost-Europa, terrorisme, Aids, honger en armoe op de wereld en het enige dat ons nog uit de cocooning kan halen. (Elsevier, 20/01/90)
Thuisbankieren, pizzalijntje bellen, thuisbioscopen met de video: fenomenen die naadloos aansluiten bij de trend je op te sluiten in je eigen veilige huisje, oftewel cocooning. (Haagse Post, 17/03/90)
Ongewild en onbedoeld bleek ik ineens Op en Top Trendy. Schreef de huidige mode niet cocoonen voor, het lekker-sfeertje-scheppen thuis? (Opzij, januari 1991)
De tijdgeest staat naar mooi en allure en cocooning. (HP/De Tijd, 10/05/91)
Mensen worden bang: vervuiling en misdaad maken de beschaafde wereld onleefbaar. Zij trekken zich terug in hun huisjes: cocoonen. Een begrip dat Popcorn zelf in de jaren tachtig uitvond en dat inmiddels de oceaan is overgestoken. (De Volkskrant, 02/05/92)
In deze tijd van cocoonen en hernieuwde huwelijkstrouw is het voor loslopende dertigers lastiger geworden een goede ontmoetingsplek te vinden. (David Heytze en Siska Oosterling: Ken ik jou niet ergens van!, 1994)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut