Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

coachen - (begeleiden)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2019

Coach

De bekendste coach van Nederland is zonder twijfel de bondscoach van het Nederlands voetbalelftal. Maar ook verder wordt er heel wat afgecoacht, en niet alleen binnen de sport. Studenten van de Open Universiteit kunnen op de website Studiecoach werken aan hun studievaardigheden, de Stichting Talentcoach coacht mensen die op hun beurt andere mensen door moeilijke levenssituaties heen coachen, en wie meer dates wil, kan terecht bij de ‘versiercoach’. Maar waar komt het woord coach eigenlijk vandaan? Het heeft een lange etymologische reis achter zich, waarvan het startpunt in Hongarije ligt.

Rijtuigen
In het noorden van Hongarije ligt een dorpje van 2600 inwoners, genaamd Kocs (spreek uit: ‘kootsj’). De plaatsnaam wordt voor het eerst vermeld in 1237. In de vijftiende eeuw ontwikkelde het dorp, gelegen tussen Wenen en Budapest, zich tot een pleisterplaats waar de paarden werden uitgespannen en waar de rijtuigen als dat nodig was werden gerepareerd. De dorpenaren legden zich toe op het bouwen van luxe rijwagens. In het Hongaars werden deze aangeduid als kocsi szekér (‘wagens van Kocs’).
De statige rijtuigen uit Kocs raakten weldra in het hele Habsburgse Rijk bekend. In het Duits droegen ze de naam Cotschien Wägnen of Gutschenwagen, wat later werd verkort tot vormen als Kotsche, Kutze, Gutsche en Kutsche. Tegelijk verbleekte de herinnering aan de plaats van herkomst, en werd de betekenis algemener: ‘overdekt vierwielig rijtuig’. In deze brede zin heeft het Nederlands in de zestiende eeuw het woord koets ontleend aan het Duits. Zo reed in 1575 bij de inwijding van de Leidse universiteit in de feestelijke optocht een “Coetse oft Speel-waghen” mee, waarop op allegorische wijze de Bijbel werd vertoond, “sittende op de selve een vrouwe Personagie … ghenaemt Sacra Scriptura [= Heilige Schrift]”. In 1599 noemt woordenboekmaker Kiliaan de varianten kotsie, koetsie en koets-waghen.
Het Italiaans nam het Hongaarse woord over als cocchio, en via het Italiaans of het Duits kwam het ook in het Frans terecht, als coche. Het Engels ontleende in de zestiende eeuw op zijn beurt het Franse woord in de vorm coach, eveneens met de betekenis ‘koets, rijtuig’.

Tutor
Rond 1830 gaan Engelse studenten coach gebruiken als grappige aanduiding voor de tutor die de zwakkere broeders op tentamens voorbereidt en ze daardoor als het ware op weg helpt, begeleidt. Zo schrijft een zekere F. Smedley in 1850, terugkijkend op zijn Oxfordse studie: “I secured the assistance of what, in the slang of the day, we irreverently termed ‘a coach’.” Vanaf 1861 wordt coach in het Engels ook gebruikt in de sportwereld in de betekenis ‘trainer’; ook de variant coacher komt voor.
Het Nederlands heeft in het begin van de twintigste eeuw beide vormen aan het Engels ontleend. Opvallend veel vroege vindplaatsen hebben betrekking op de roeisport. Blijkens De Maasbode van 22 april 1920 beschikte tijdens de Nationale Universiteitsroeiwedstrijd ‘Varsity’ zowel de Oude Vier als de Jonge Acht van de Delftsche Studenten Roei Vereeniging Laga over een eigen ‘coach’. En in het Nieuwsblad van het Noorden van 29 mei 1915 wordt verslag gedaan van een wedstrijd stijlroeien voor dames, waarbij een zekere heer I.M. van der Vlerk “als coacher der ploeg is opgetreden”.
De variant coacher is in onbruik geraakt, maar het nog steeds populaire werkwoord coachen moet in dezelfde tijd in omloop zijn geraakt. Zo bericht de Sumatra-Post van 26 september 1927 onder de kop “Debacle te Como” over een minder goede prestatie van Laga door een “in der haast samengestelde ploeg (…) gecoacht door een jongmensch die over zeer veel ambitie doch over onvoldoende ervaring beschikte.”
Het Engelse leenwoord coach en het Duitse leenwoord koets vormen aldus een etymologisch doublet waarvan de herkomst in Hongarije ligt. Terwijl in het Engels de functieaanduiding coach allereerst betrekking had op een Oxfordse studietutor, stond in het Nederlands aanvankelijk de sportieve betekenis voorop: ‘trainer, met name bij de roeisport’. Anno 2017 is de betekenis danig verbreed.
In de moderne Hongaarse omgangstaal is het oorspronkelijke woord kocsi trouwens nog steeds in omloop, in de betekenis ‘auto’.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2017), ‘Coach’, in: Onze Taal 6, 23]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

coach zn. ‘trainer’
Nnl. coach ‘trainer, repetitor’ [1930; Brandt/Haan].
Ontleend aan Engels coach ‘trainer’ [1861; BDE], ‘begeleider van een student’ [1848; BDE], eerder al ‘koets, rijtuig’ [1556; BDE] < Frans coche [16e eeuw], zie → koets 1.
Het woord coach was al eerder uit het Engels ontleend in de betekenis ‘koets, rijtuig’ [1886; Kramers]. De Engelse betekenis ‘trainer, begeleider’ is afkomstig uit de Engelse studententaal; de tutor werd coach genoemd, omdat hij de studenten door de examens leidde en de term ging ook over op de atletiektrainer. In deze betekenis is het woord opnieuw ontleend.
coachen ww. ‘trainen, begeleiden’. Nnl. coachen ‘iemand trainen, repeteren’ [1930; Brandt/Haan], ‘een sportploeg begeleiden en trainen’ [1942; WNT race], ‘opleiden en begeleiden’ [1956; WNT Aanv.]. Ontleend aan Engels coach ‘begeleiden, trainen’ [1849; BDE], eerder al ‘in een koets vervoeren’ [1612; BDE], een afleiding van het zn. coach.

EWN: coach zn. 'trainer' (1930)
ANTEDATERING: onder leiding van een "coach" (betreft roeiers) [1892; LC (KB) 18/4]
Eerder ook De bekende Waterloo-coach ('rijtuig naar Waterloo') [1865; Middelburgsche courant (KB) 16/5] (EWN: 1886)
EWN: ♦ coachen ww. 'trainen, begeleiden' (1930)
ANTEDATERING: gedisqualificeerd door "coachen" van den kant (bij roeiwedstrijd) [1892; NvdD 21/6]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

coachen (Engels to coach)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut