Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

closet - (toilet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

closet zn. ‘toilet’
Nnl. closet “bestekamer” [1847; Kramers].
Verkort uit Engels water-closet ‘privaat met waterspoeling’ [1755; OED], gevormd uit water, zie → water, en closet ‘privaat, kamertje, kast’ < ‘afgesloten kleine ruimte’ [14e eeuw], verkleinwoord van clos ‘omheinde ruimte’ < Latijn clausum ‘afgesloten ruimte’, verl.deelw. van claudere ‘(af)sluiten’, zie → klooster. Zie ook → wc.
Het Nederlands heeft, evenals Duits (Wasser)klosett en in afwijking van het Engelse voorbeeld, de Franse eindklemtoon, naar analogie van andere uit het Frans stammende woorden met het verkleinachtervoegsel -et, zoals ballet, banket, biljet.

EWN: closet zn. 'toilet' (1847)
ANTEDATERING: Hedendaags behoorde elk secreet een "water-closet" te zijn en een naar behooren ingerigt "closet" [ca. 1835; NBM, 229]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

closet [toilet] {1847} < engels (water)closet < oudfrans closet, verkleiningsvorm van clos [omheinde ruimte] < latijn clausum [afgesloten ruimte], het zelfstandig gebruikt verl. deelw. van claudere [begrenzen, sluiten] (vgl. klooster).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kloset s.nw. (verouderd)
Gemakhuisie.
Uit Ndl. closet (1847).
Ndl. closet uit Eng. closet (1662) uit Oudfrans closet, die verkleinw. van clos 'omheinde ruimte', met lg. uit Latyn clausum 'afgeslote ruimte', die selfst. gebruikte verlede dw. van claudere 'begrens, sluit'.

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

clo’set (de, -s), (uitspr. E: klos’set), WC. Wanneer ik groot wordt en als ik werk, dan bouw ik geen huis met gaatjes, maar een huis met moderne Bruynzeel-planken en closet en douche erin (Doelwijt 1971: 8). - Etym.: In AN is de E uitspr. veroud.; men zegt nu closet’. - Samenst. ook: closetzitting (winkelierstaal; men zegt: bril), closetdeksel e.d.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

closet (Engels closet)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

closet ‘toilet’ -> Indonesisch klosét ‘toilet’; Kupang-Maleis kloset ‘toilet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

closet toilet 1847 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut