Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

civet - (reukstof; kat van het geslacht Viverra)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

civet zn. ‘reukstof; kat van het geslacht Viverra
Nnl. cyvet ‘reukstof’ [1579; WNT], civet katte [1602; WNT lekker I].
Ontleend aan Frans civette ‘schuimachtige afscheiding van de civetkat’ [1542; Rey], ouder cyvete [1401; Rey]. Men denkt wel dat dit is ontleend aan Italiaans zibetto [15e eeuw] < middeleeuws Latijn zibethum < Middelgrieks zapétion < Arabisch zabād ‘schuim’, een verkorte vorm van qaṭṭ az-zabād ‘civetkat (letterlijk schuimkat)’ (waarbij az- de geassimileerde vorm van het lidwoord al- is); waarschijnlijker is dat de ontlening aan het Arabisch is verlopen via Catalaans civetta, dat evenals civette een vrouwelijke vorm is, terwijl Italiaans zibetto mannelijk is (Rey).
Civet heeft een doordringende geur, die dient om aanvallers van de kat af te schrikken. Deze geur wordt in oosterse landen zeer gewaardeerd, maar voor de moderne Europeaan is de geur te krachtig; civet wordt tegenwoordig nog slechts in kleine hoeveelheden als fixatief in de parfumindustrie gebruikt om de geur van andere reukstoffen te verdiepen of af te ronden.
Lit.: Philippa 1991

EWN: civet zn. 'reukstof; kat van het geslacht Viverra' (1579)
ANTEDATERING: een weynich muscus, ende een weynich ciuette [1558; Ruscelli, 81v]
Later: veel Zivet-catten [1596; iWNT zivet] (1602)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

civet [door civetkat afgescheiden stof] {1579} < frans civette [civetkat, civet], italiaans zibetto, middeleeuws latijn zibethus < arabisch zabād [civet], bij het ww. zabada [hij karnde, schuimde], verwant met zubda [boter], zabad [schuim]. De civet wordt gewonnen door de civetkat te prikkelen, waarop hij een dik schuim afscheidt.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

civet znw. m. o. ‘welriekende stof afgescheiden door de aarsklieren van de civetkat, evenals ne. civet < fra. civette, terwijl nhd. zibetkatze < ital. zibetto. Ten grond ligt mlat. zibethum, dat teruggaat op arab. ḳaṭṭ az-zabâd ‘kat, die zabâd of schuim afscheidt’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

sivet s.nw.
1. Welriekende, olieagtige vloeistof deur die anale kliere van 'n sekere katsoort afgeskei en wat op kommersiële skaal in die parfuumbedryf gebruik word. 2. Sivetkat.
In bet. 1 uit Ndl. civet (1579). In bet. 2 'n verkorting van sivetkat.
Ndl. civet uit Fr. civette uit It. zibetto uit Middeleeuse Latyn zibethus uit Arabies zabad 'sivet', met lg. van zabada 'hy skuim', so genoem na aanleiding daarvan dat die dier die vloeistof in 'n dik skuim afskei wanneer hy geprikkel word.
D. Zibet, Eng. civet, Sp. civeto.

sivetkat s.nw.
Roofdier van die katfamilie wat in Afrika voorkom.
Uit Ndl. civetkat (1602), so genoem omdat die kat sivet (sivet 1) deur sy anale kliere afskei.
D. Zibetkatze, Eng. civet cat.

Thematische woordenboeken

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Civet, Civetkat
Civet komt van een Arab. woord, dat Freytag, op gezag van den Kâmoes, zabâd (of zebâd) (زباد) schrijft; andere vormen geeft hij niet op, maar zij bestaan, want in de Kartâs (p. 64 ed. Tornberg) leest men : kotoet az-zabada (زبدة), civetkatten; Cherbonneau (in het Journal asiatique, série IV, t. XIII, p. 542) geeft zebed (زَبَد), en zoo schrijven ook Lyon (Travels in Northern Africa, p. 154, 159) en Testa (Notice sur la régence de Tripoli, p. 19, 20) zebed. Dit zebed is in ’t Arab. het gewone woord voor schuim; vergelijk Prax, Commerce de l’Algérie, p. 21: “La civette, appelée gattons (chat) par les Arabes et mzourou par les nègres, est élevée dans le Soudan. On ne lui donne à manger que de la viande, afin que son musc acquière une odeur pénétrante. Pour obtenir ce musc, disent les marchands de Ghdâmes, on excite l’animal; son corps se couvre alors d’une écume épaisse et blanche qu’on recueille. Cette sécrétion odorante, appelée communément civette, du mot arabe zebêd, qui signifie écume, prend à l’air une teinte noirâtre. On renouvelle cette opération tous les huit jours.” Zie ook Lyon en Testa op de aangeh. pl.
Reeds het Middeleeuwsche Latijn had zibethum (zie Ducange), Ital. zibetto, Fr. civette. Wij hebben het woord van de Franschen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

civet door civetkat afgescheiden stof 1567 [Junius 122b] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut