Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cirkel - (kring)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cirkel zn. ‘kring’
Mnl. cirkel ‘helmsieraad, diadeem’ [1220-40; CG II, Aiol], cirkel, cyrkel, tcirkel, tsirkel ‘diadeem’ [1300-50; MNW-R], cirkel ‘baan van een hemellichaam’ [1400-29; MNW-R], ‘ronde meetkundige figuur’ [1440-60; MNW-R].
Ontleend aan Latijn circulus ‘kring’, verkleinwoord van circus ‘kring’, zie → circus.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cirkel [kring] {1220-1240} < frans cercle < latijn circulus [kring, cirkel, gezelschap], verkleiningsvorm van circus [cirkel (in de astronomie), renbaan, circus], grieks kirkos [kring, renbaan], van voor-gr., mogelijk semitische herkomst.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cirkel znw. m., mnl. cirkel, tsirkel, cerkel ‘kring, passer, diadeem’, hetzij < ofra. cercle, hetzij rechtstreeks < lat. circulus.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cirkel znw., mnl. cirkel, tsirkel, cerkel m. “kring, passer, diadeem”. Uit fr. cercle òf — waarschijnlijker — direct uit lat. circulus. Ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

cirkel m., uit Lat. circulum (-us), dimin. van circus: z.d.w.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cirkel (Latijn circulus of Frans cercle)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Cirkel (< Lat. circulus = cirkelomtrek, kring; dem. v. circus = kring, loopbaan).

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Cirkel (< Lat. circulus, dem. van circus). Het Griekse woord is κύκλος, waarvan termen als cyclisch en derg. afgeleid zijn.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cirkel ‘kring’ -> Indonesisch sirkel ‘kring’; Papiaments serkel (ouder: cirkel) ‘kring’; Surinaams-Javaans sirkel ‘kring’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cirkel kring 1220-1240 [CG II1 Aiol] <Frans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut