Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

circus - (beesten- en acrobatenspel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

circus zn. ‘beesten- en acrobatenspel’
Vnnl. circus ‘ronde schouwplaats’ [1616; EDale]; nnl. circus ‘strijd-, renbaan’ [1872; Dale], ‘beestenspel’ [1897; WNT].
Ontleend aan Latijn circus ‘kring, renbaan’, dat misschien afkomstig is uit Grieks kírkos, ouder kríkos ‘ring’.
Grieks kírkos, kríkos ‘ring’ zou volgens sommigen misschien teruggaan op *kikro-s, een reduplicerende vorm van pie. *ker- ‘draaien’ (IEW 935).
Het circus is genoemd naar de ronde piste waar de voorstellingen plaatsvinden. Zie ook → circa, → circuit, → cirkel.

EWN: circus zn. 'beesten- en acrobatenspel'; de betekenis 'zeker beestenspel' (1897)
ANTEDATERING: CIRCUS van KONSTEN en DANS te PAARD [1814; Opregte Haarlemsche courant (KB) 30/6]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

circus [ronde schouwplaats] {1616} < latijn circus < grieks kirkos [kring, renbaan] (vgl. cirkel).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

circus m., uit Lat. id. = cirkel, verwant met ring (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

cirk (zn.) circus; Nuinederlands circus <1897> < Latien circus.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sirkus: rondtrekkende toerusting v. vertoning v. kunsies v. akrobate en diere; Ndl. en Eng. circus uit Lat. circus, Gr. kirkos/krikos, “kring; ovale renbaan”, hou verb. m. sirkel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

circus (Latijn circus)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Circus (Lat.) = kring; ’t verkleinw. is: circulus, ons cirkel.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

circus ‘voorstelling van dressuur en acrobatiek’ -> Noord-Sotho sorokisi ‘voorstelling van dressuur en acrobatiek’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana sêrêkêsê ‘voorstelling van dressuur en acrobatiek’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho serekisi ‘voorstelling van dressuur en acrobatiek’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch sirkus ‘voorstelling van dressuur en acrobatiek’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

circus voorstelling van dressuur en acrobatiek 1897 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut