Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

circumflex - (samentrekkingsteken, dakje)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

circumflex zn. ‘samentrekkingsteken, dakje’
Nnl. circumflex ‘klinker met een dakje’ [1801; WNT Aanv.], circumflex, -us “verlengingsteeken, kapje” [1824; Weiland], geene circumflexen en veel te weinig comma's [1840; WNT komma]. Eerder al vnnl. Eenen accent, welcken de Latynen heeten circumflexum ‘een accent dat in het Latijn circumflexus genoemd wordt’ [1567; WNT trek].
Ontleend aan Latijn (accentus) circumflexus ‘omgebogen (accent)’, verl.deelw. van circumflectere, gevormd uit circum ‘rond, om’, zie → circa, en het werkwoord flectere ‘buigen’, zie → flexibel. Latijn circumflexus als aanduiding van een bepaald leesteken is een leenvertaling van Grieks perispṓmenos (in prosōidíā perispōménē ‘rondgebogen accent, circumflex’), gevormd uit perí ‘rond(om)’, zie → periscoop, en spãn ‘trekken’, van onduidelijke herkomst.
Oudere omschrijvingen en synoniemen zijn vnnl. Omgheboóghe Toezang [1649; Kók], omgeboogene toon [1672; Meijer]; nnl. zamentrekkings-teeken [1863; Kuijper Hz.], samentrekkingsteeken [1878; Terwey].
Lit.: Ruijsendaal 1989; G. Kuijper Hz. (1863) Handleiding tot de beoefening der Nederlandsche Taal- en Letterkunde, voor de kadetten van alle wapenen, Breda; L. Meijer (1672) Italiaansche spraakkonst, Amsterdam; T. Terwey (1878) Nederlandsche spraakkunst, Groningen

EWN: circumflex zn. 'samentrekkingsteken, dakje' (1801)
ANTEDATERING: vnnl. een abbreviatie op het ent met een circumflex [1677; Luyelack, 42]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

circumflex [samentrekkingsteken] {1824} < latijn circumflexus, verl. deelw. van circumflectere [ombuigen], van circum [rond] + flectere [buigen]; zo genoemd naar de vorm van de circumflex, vertalende ontlening aan grieks (prosōidia) perispōmenè [het rond getrokken (accent)]. In het verleden werden de nl. vertalingen omghebóoghe toezang {1649} en omgeboogene toon {1672} gebruikt.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sirkumfleks: hou verb. m. Lat. circum, “om, rond”, flexus, “gebuig”, v. kappie II.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

circumflex (Latijn circumflexus)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

circumflex samentrekkingsteken 1567 [Aanv WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut