Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

circuleren - (rondgaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

circuleren ww. ‘rondgaan’
Vnnl. circuleren ‘rondgaan’ [1663; Meijer].
Al dan niet via Frans circuler ‘rondgaan’ [ca. 1361; Rey] ontleend aan Latijn circulāre, circulāri ‘een groep vormen; om zich heen verzamelen’, een afleiding van circulus, zie → cirkel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

circuleren [rondgaan] {1663} < frans circuler < latijn circulare [rondgaan], van circulus [kring, cirkel].

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Circuleren (Lat. circulári = rondgaan; círculus = kring, cirkelomtrek; → circulátio). Rondlopen, in een kring rondstromen.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

circuleren rondgaan 1663 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut