Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cijferfetisjist - (iemand met overdreven aandacht voor cijfers)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

cijferfetisjist, kille cijferaar; iemand die zich blind staart op cijfergegevens, zich bezondigt aan cijferfetisjisme*. Pejoratief; vooral gezegd van politici en ambtenaren.

Spelen de sociaal-democraten de zaak dan toch nog hoog op, dan zullen ze door de christen-democraten voor ‘cijferfetisjisten’ worden uitgemaakt. (Vrij Nederland, 26/06/93)
Ritzen is een cijferfetisjist, maar Nuis is cijferblind. (Vrij Nederland, 03/06/95)
Als er één sport is die zich goed leent voor cijferfetisjisten en overijverige sportcommentatoren is het wel wielrennen. (Nieuwe Revu, 24/06/96)
Maar zolang de cijferfetisjisten regeerden, kregen de doelgroepmanagers geen voet aan de grond. (HP/De Tijd, 24/07/98)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut