Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cijfer - (getalteken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cijfer zn. ‘getalteken’
Mnl. cifer, cipher ‘cijfer’ [MNHW], volgens FvW: “laat en zelden”; vnnl. cijfer ‘geschreven teken’ [1510; Claes 1994b], cyfer ‘getal’ [1567; WNT versaal], cyfer ‘cijferteken’ [1567; WNT vier I].
Ontleend aan middeleeuws Latijn cifra < Arabisch ṣifr ‘nul, ongeldig, leeg’, zelf weer een leenvertaling van Sanskrit śūnyá- ‘leeg, onbetekenend’ en ‘niets, nul’. Uit een tweede middeleeuws-Latijnse vorm zephirum, eveneens < Arabisch ṣifr, is door samentrekking Italiaans zero ‘nul’ ontstaan, zie → zero.
Het woord werd in de Europese talen ontleend in de betekenis ‘nul’, een daar nog niet bestaand rekenkundig begrip, dat van de Arabieren werd overgenomen. Na ca. 1500 werden voor dat begrip de woorden → nul en → zero ontleend, waardoor cijfer de meer algemene betekenis van ‘getalteken’ en ‘getal’ kon aannemen. In het Engels is een van de betekenissen van cipher nog ‘onbetekenend persoon’, dus een figuurlijke ‘nul’.
In de Germaanse dialecten noemde men getaltekens oorspr. alleen ‘figuren’, wat nog bewaard is in Engels figure ‘getal, aantal’.
cijferen ww. ‘rekenen’. Vnnl. ciferen ‘rekenen’ [1555; Luython]. Afleiding van cijfer, eventueel als vertaling van Frans chiffrer [1505; Rey].
Lit.: Philippa 1991

EWN: ♦ cijferen ww. 'rekenen' (1555)
ANTEDATERING: Aritmetica, ofte ciferen 'aritmetica of rekenen' [1553; Serlio, 5v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cijfer [getalmerk] {1508} < oudfrans cifre [nul] < middeleeuws latijn cifra < arabisch ṣifr [leeg, nul], bij het ww. ṣafira [hij was leeg]; het begrip nul ontbrak in de Oudheid; het getal werd van de Arabieren overgenomen samen met het door de invoering van de nul mogelijke nieuwe systeem van rekenen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cijfer znw. o., mnl. cifer, cipher (laat en zelden) < ofra. cifre, dat sedert de 13de eeuw ‘nul’ betekent; sedert de 15de eeuw vinden wij de betekenis van ‘getalteken’. Het woord gaat terug op arab. ṣifr ‘leeg, nul’ en kwam samen met de arabische cijfers als tot dan toe onbekende aanduiding van de nulwaarde naar Europa.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cijfer znw. o., mnl. (laat en zelden) cîfer, cîpher. Uit ofr. cifre (fr. chiffre) “cijfer, geheimschrift”, dat evenals it. cifra “geheimschrift” op arab ṣifr “leeg, nul” teruggaat. Dit woord is tegelijk met de arab cijfers geïmporteerd. Ook mhd. (laat en zelden) zif(f)er v. (nhd. ziffer), laat-mnd. sifer, sifre, eng. cipher, de. ciffer.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

cijfer o., uit Ofra. cifre (thans chiffre), van Ar. ṣifr = ledig, zero, waaruit ook Mlat. zephirum, in ’t It. saamgetrokken tot zero.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

ciefer (zn.) getal; Nuinederlands cifer <1510> < Frans cifre.

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

1syfer s.nw.
1. Teken wat 'n getal voorstel. 2. (gholf) Aantal houe wat beskou word as die standaard vir 'n putjie van bepaalde lengte, en ook vir die baan as geheel.
In bet. 1 uit Ndl. cijfer (al Mnl.). Bet. 2 het in Afr. self ontwikkel. Eerste optekening in Afr. in bet. 1 in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. cijfer uit Oudfrans cifre (13de eeu) 'nul' uit Latyn cifra uit Arabies sifr 'leeg'; hou verband met Sanskrit sunya 'leeg, nul'. Die woord is tegelyk met die Arabiese syfertekens oorgeneem, omdat die begrip 'nul' wat in die klassieke rekenkunde ontbreek het, deur die Arabiere ingevoer is.
D. Ziffer (14de eeu), Eng. cipher (1399), It. cifra, Port. cifra, Sp. cifra.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

syfer I: getal; Ndl. cijfer (Mnl. cīfer/cīpher), Hd. ziffer, Eng. cipher/cypher, via Ofr. cifre (Fr. chiffre), soos It., Port. en Sp. cifra, “geheimskrif”, uit Arab. sifr (m. Arab. syfers ingevoer), “leeg, nul”; hou verb. m. Skt. sūnya, “leeg, nul”, asook m. sero/zero (q.v.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cijfer (Oudfrans cifre)

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Cijfer. Het Arabische woord al-ṣifr, letterlijke vertaling van het Indische sunya = de lege (nl. lege kolom op het rekenbord) werd in het Latijn weergegeven door zephirum of cephirum (aldus Fibonacci (ca. 1170–1250) in het Liber Abaci, 1202). Dit werd via het Ital. zevero en zepiro verbasterd tot zero en cifra. Uit cifra ontstond door overdracht op alle Indo-Arabische tekens ons woord cijfer (dat dus eigenlijk alleen de nul beduidt); het Frans behield zéro voor nul, het Engels zero.

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Cijfer
Van het Arab. cifr (صفر), ledig, en substantive als kunstterm de nul. Deze oorspronkelijke beteekenis is bewaard gebleven in het Sp. Port. Ital. zero, Fr. zéro, dat door wegwerping van den middelsten medeklinker f ontstaan is; maar overigens hebben de Europeanen den naam der nul, als die van het algemeenste telteeken en dat geene bepaalde waarde heeft, op de overige negen toegepast. Vergelijk Mahn, Etymologische Untersuchungen auf dem Gebiete der romanischen Sprachen, p. 46. Tegenwoordig beduidt cifr (dat verkeerdelijk sifr geschreven wordt; zoo staat het althans bij Bocthor, Berggren en Marcel op zéro) in het Oosten nog de nul, doch volgens Berggren (op chiffre) ook cijfer; is dit zoo, dan hebben de Oosterlingen deze verkeerde beteekenis van de Europeanen overgenomen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cijfer ‘getalmerk’ -> Atjehnees sipé ‘getalmerk’; Boeginees sêperæ ‘tafel van vermenigvuldiging’; Makassaars sêperé ‘tafel van vermenigvuldiging; uitgerekende slimme toeleg’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cijfer getalmerk 1508 [Kool] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1653. Hij is een nul in het cijfer,

d.w.z. hij beteekent niets, wordt bij de optelling niet medegerekend, heeft niets in te brengen, is niet in tel; Afrik. hij is maar 'n groot nul. Vroeger zeide men ook een oo(tje) in het cijfer zijn, dat thans nog in Zuid-Nederland gebruikt wordt naast een nul in 't cijfer zijn en geteld worden gelijk 'n o in 't cijferen; zie Antw. Idiot. 484; 865 en vgl. De gelyke Twélingen. (anno 1677): Jy bent maar een ootje in 't syffer, je geldt 'er niet, manTijdschrift VIII, 102.; Hooft, Ned. Hist. 846: Hy diende hun voor een o in 't syfer. Voor andere plaatsen zie Ndl. Wdb. XI, 230 en vgl. Tuinman I, 355; Halma, 384: Hij is maar eene nul in cyffer, il n'est qu'un o en chiffre, il n'a point d'autorité du tout; Harreb. I, 108. Ook hij is een nul vóór het cijfer (in Uit één Pen, 8), een nul voor het decimaal (in De Arbeid, 14 Febr. 1914, p. 1 k. 1) of eenvoudig een nul (18de eeuw). Zie Ndl. Wdb. IX, 2210. In het fr. c'est un zêro en chiffre; hd. eine Null sein; eng. to be a mere cipher.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut