Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

christus - (Jezus)

Thematische woordenboeken

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Christus, (lett.) 'de gezalfde', een van de benamingen van Jezus; (fig.) iem. die op Christus lijkt door de verlossingbrengende rol of door bepaalde uiterlijke kenmerken, of door ondergaan lijden. Vgl. ook Jezus en de andere benamingen van Jezus, en Kerst.
Bij Christus bestaan vele afleidingen zoals:
Christen, volgeling van Christus, aanhanger van het christendom.

Christus is het Latijnse woord voor Grieks christos, dat 'gezalfde' betekent en dat het equivalent is van het Hebreeuwse woord dat wij nu als Messias kennen. Het komt voor als toenaam: Jezus Christus, of als zelfstandige naam of kwalificatie: Christus, de Christus. Het 'gezalfde' heeft betrekking op het koningschap van Jezus; vergelijk de zalving van de Oudtestamentische koningen. De wereldgodsdienst die op Jezus' persoon en leven is gebaseerd, heeft zijn naam aan deze koningstitel te danken. Jezus' volgelingen worden al in de bijbel, onder andere in Handelingen, als christenen aangeduid. Bij Christus en christenen zijn weer afleidingen gevormd zoals christelijk en christendom.
Een oude vorm voor Christus is Kerst (zie ook aldaar) en voor christen kende men kersten.

Rijmbijbel (1271), v. 25432-35. Ende doe alle die fariseen. / Waren comen ouer een. / Vraghede ihesus wat dinket .v. / Wies sone dat es xpristus nv. (En toen alle Farizeeën het eens waren, vroeg Jezus: Wat denkt U, wiens zoon nu Christus is?) (Maerlant handhaaft in zijn spelling van Christus de Griekse beginletters.)
Haar oom was meesterknecht op de garenfabriek de filature, en omdat hij een baard droeg noemde het volk van ter-muren hem christus, als hij het niet hoorde... . (L.P. Boon, De Kapellekensbaan/Zomer te Termuren, 1980 (1953/1956), p. 22)
Het lijk van Rosa, alsnog als Christus gekruisigd. (NRC. nov. 1994)
De uitputting die daarbij hoorde zag je soms ook op de gezichten van joggers, vormen van publiekelijk lijden die indecent waren, hollende Christussen op weg naar Golgota. (C. Nooteboom, Allerzielen, 1998, p. 16-17)
Liesveldtbijbel (1526), Handelingen 11:26. Dat die discipulen tot Antiochien, eerst christene worden genaemt.
De onverschrokken reactie van de Zeeuwse orthodoxe christenen op de watersnood van 1953: 'de Heer heeft gegeven, de Heer heeft genomen, de naam des Heren zij geprezen'. (NRC, 28-8-1999, p. 35)

(Bepaald jaartal) voor, na Christus (ook afgekort als Chr.), voor, resp. na het begin van de westerse jaartelling.

Buiten de religieuze sfeer en misschien het gebruik als vloek wordt de naam van Christus het vaakst genoemd in dateringen. Wij gebruiken immers de jaartelling die uitgaat van het bij benadering bekende jaar van Christus' geboorte. De jaren na dit ijkpunt krijgen alleen maar de genoemde toevoeging als het om in een ver verleden gaat of als verwarring kan optreden.

Tweeduizend jaar voor Christus waren de zoutmijnen van Hallstatt reeds uitgebaat. (De Standaard, dec. 1995)
In de 6e eeuw na Christus vielen Slavische stammen afkomstig uit Centraal Rusland de Balkan binnen. (Meppeler Courant, jan. 1993)

Christusdoorn, plant met scherpe stekels en meestal rode bloemetjes, als kamerplant de Euphorbia plendens, als tuinplant de heester Euphorbia milii; van doornen voorziene boom, de Gleditsia triacanthos, die rond 1700 in Europa werd ingevoerd.

De evangelist Matteüs beschrijft in Jezus' lijdensgeschiedenis hoe de soldaten zijn koningschap bespotten door hem een scharlaken mantel om te slaan. 'Ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën' (Matteüs 27:29, NBV). Deze doornenkroon is ook in de beeldende kunst een belangrijk element van de voorstelling van Jezus in zijn lijden. Bovengenoemde zijn de bekendste planten die aan dit beeld hun naam danken.

Rijmbijbel (1271), v. 26377-78. Eene crone maecten si hem nochtan. / Van dornen die si hem duonghen int hoft. (Een kroon van doornen maakten zij nog voor hem, die zij hem op het hoofd drukten.)
Het lukt me nooit om een Christusdoorn weer in bloei te krijgen. (Gehoord, jaren '90)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

Christus (Latijn Christus)

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

ke. Als varianten komen voor kee en . Behalve hier en daar in gewestelijke taal is het woord reeds lang verouderd. In het Middelnederlands noteren wij kee, key, ke als bijvormen van cre, een bastaardvloek uit *crees(t) voor Christ(us). Het sterretje geeft aan dat deze vorm niet is overgeleverd. Enige argwaan bij deze veronderstelling blijft geboden.

kerst. De eedformule wete Kerst werd tot uitroep. De eed is verwant met bi Gode en doet een rechtstreeks beroep op God. Bedoeld is natuurlijk ‘Christus moge weten dat ik de waarheid spreek’. IJdel gebruik leidt tot een vloek en later tot uitroep. Andere verwanten zijn wete God, God betert, God hebs deel, God wouds. Volgens mijn waarnemingen reeds lang verouderd.

Christus. De ninja [1981] van E. Lustbader bevat de vloek christus te paard! (Vgl. ook Van Eijk 1995: 65). Hij drukt woede, ongeloof en verbazing uit. Dat ongeloof kan gevoed worden door het simpele feit dat Christus meestal op een ezel rondtrok. Ook komt voor de tot uitroep geworden vloek gekruisigde christus! Die uitroep drukt ongeloof, verbazing e.d. uit. Hetzelfde geldt voor christus gods! Volgens De Coster [1998] is de verwensing christus te paard! vooral populair onder jongeren in de jaren tachtig en negentig. Mijn enquêtemateriaal bevestigt die uitspraak niet. → Chrastus, Jezus.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Christus van ’t Gr. Kristos = gezalfde (kri-ein = zalven), evenals Messias, van ’t Hebr. masjiah = gezalfde, van masjah = wrijven, zalven.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

Christus ‘Jezus’ -> Indonesisch Kristus ‘Jezus’; Javaans Kristus ‘Jezus’; Soendanees Kristus ‘Jezus’; Negerhollands Christus ‘Jezus’; Surinaams-Javaans Kristes, Kristus ‘Jezus’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal