Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chocolade - (soort versnapering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chocolade zn. ‘soort versnapering’
Vnnl. chocolate [1644; Delattre 7], choqolata ‘stof uit cacaobonen’ [1662; WNT], Coffy, Chocolade of Thee [1699; WNT]. Wellicht al ouder [begin 17e eeuw; Delattre 20].
Ontleend aan Spaans chocolate < Nahuatl (Azteeks) chocolatl. Het eerste woorddeel is misschien xoco ‘bitter’, verder is alleen zeker dat het woorddeel -atl ‘drank, water’ betekent. Wrsch. is het woord door de Europeanen verward met Nahuatl cacáuatl ‘cacao(boon)’, waarvan → cacao afkomstig is; de twee woorden zijn niet met elkaar verwant.

EWN: chocolade zn. 'soort versnapering' (1644)
ANTEDATERING: 'tPrincipaelste daer dese "Cacao" toe ghebruyckt wordt, is, daer een dranck van de maken, die sy "Chocolate" noemen [1625; De Laet, 224]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

chocolade [versnapering, drank uit cacao] {1679} < spaans chocolate, uit het nahuatl, maar van een onzekere formatie. Het recept was: gelijke delen počotl [zaad van de ceiba, een hoge katoenboom] en kakáwatl [cacao] met het achtervoegsel -atl [water, drank], dus mogelijk een verkorting van počokakawatl (vgl. cacao).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

chocolade znw. m., in de 17de eeuw chocolate < spa. chocolate < mexik. chocolatl ‘naam van een uit cacao gemaakte drank’.

Intussen bestaan deze woorden volgens Lokotsch Et. Wb. amer. Wörter Nr. 130 niet en hij geeft daarom een andere verklaring. Het woord werd in 1604 het eerst door d’Acosta gebruikt en zou ontstaan zijn uit de vermenging van de woorden kakauatl ‘drank uit cacao en mais’ en schokoatl ‘drank uit gegiste mais’, waarbij de ingevoegde l zou kunnen zijn te verklaren uit het woord possolatl ‘drank uit gekookte mais’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

chocolade znw. Met -lade voor 17. eeuwsch -late; vgl. sukade. Uit spa. chocolate < mexic. chocolatl “naam van een drank, waarin o.a. cacao is”. Internationaal woord.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

chocolade v., door Sp., uit Mex. chocolatl (latl = water, — choco moet een vervorming zijn van den naam der cacao: z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sjókkelaat (zn.) chocolade; Nuinederlands chocolate <1644> < Spaons chocolate.

N. van der Sijs (bezorger) (2003), Uit Oost en West. Verklaring van 1000 woorden uit Nederlands-Indië van P.J. Veth (1889), met aanvullingen van H. Kern en F.P.H. Prick van Wely (1910), Amsterdam. Gebaseerd op: Uit Oost en West. Verklaring van eenige uitheemsche woorden van P.J. Veth uit 1889, recensie van het werk van Veth door H. Kern in De Indische Gids van 1889, en ‘Etymologisch aanhangsel’ (p. 297-350) uit het Viertalig aanvullend Hulpwoordenboek voor Groot-Nederland van Prick van Wely uit 1910

cacao, chocolade [versnapering]. Cacao, ook wel kakao geschreven, is de naam van de zaden van de cacaoboom, Theobroma cacao, die uit tropisch Amerika afkomstig is, maar thans ook in andere tropische gewesten gekweekt wordt. De cacao is, gelijk iedereen weet, het hoofdbestanddeel voor de bereiding van chocolade. De oorsprong van de naam is, evenals die van het gewas, Amerikaans. Piso, Mantissa aromatica, p. 198, zegt van deze zaden: ‘Hi sunt decantati illi ab indigenis cacahuatl, ab Hispanis corrupte cacao nuncupati, quorum causa arbor tantopere expetita est, utpote chocolatae potionis caput’ [Deze worden door de inheemsen cacahuatl genoemd, door de Spanjaarden foutief als cacao uitgesproken; de boom is zeer gezocht omdat hij het hoofdbestanddeel van de chocoladedrank is]. Van de Spanjaarden en Portugezen is het verbasterde cacao tot alle volken van Europa overgebracht.

Ook het woord chocolade is van Amerikaanse oorsprong en luidt in de taal van Mexico en aangrenzende landen, volgens Piso, Mantissa aromatica, p. 196, chocolatl, waarvan de Spanjaarden en Portugezen, die de naam aan alle andere volken van Europa hebben meegedeeld, chocolate gemaakt hebben. Men zegt dat wat de Mexicanen zo noemden, een mengsel was van cacao en maïs, op een ruwe wijze tussen stenen onder elkaar tot poeder gemalen en in water gekookt. Maar de Europeanen gaven de naam chocolade aan het mengsel van cacaobonen en verschillende geurige substanties, zoals vanille, kaneel, piment, enz., dat met suiker bereid en in melk of water gekookt de bekende heerlijke drank oplevert, die zich uit een Mexicaans nonnenklooster over de gehele beschaafde wereld heeft verbreid. Zie De Sturler, Handboek voor den landbouw, p. 266. [V]

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

chocolade (Spaans chocolate)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

chocolade ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’ -> Duits Schokolade ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’;? Deens chokolade ‘versnapering van cacao en suiker’;? Noors sjoklade ‘versnapering van cacao en suiker’; Russisch šokolad ‘versnapering van cacao en suiker’ (uit Nederlands of Duits); Hongaars csokoládé ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’ ; Indonesisch coklat, cokelat, cokola, soklat ‘drank uit cacao; versnapering van cacao; bruin’; Ambons-Maleis sokolat ‘drank uit cacao’; Boeginees sikolấ ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’; Chinees-Maleis syokolade ‘versnapering’; Jakartaans-Maleis coklat ‘cacao; versnapering van cacao en suiker; bruin’; Javaans coklat ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’; Madoerees sokklat, coklat ‘bruin; versnapering van cacao en suiker; cacao’; Makassaars sikolấ ‘versnapering van cacao en suiker’; Menadonees coklat ‘bruin; versnapering van cacao en suiker; chocolademelk’; Soendanees coklad ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’; Petjoh tjoklat ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’ ; Singalees cokolot ‘versnapering van cacao en suiker’ (uit Nederlands of Portugees); Sranantongo skrati ‘chocoladedrank’; Aucaans soekaati ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’; Arowaks sokolati ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’; Sarnami shokolá ‘drank uit cacao; versnapering van cacao en suiker’.

N. van der Sijs (2006), Klein uitleenwoordenboek, Den Haag

chocolade. Het Nederlandse woord chocolade is ontleend aan het Spaanse chocolate, ouder chocolatl. Dit woord is ontleend aan de Mexicaanse taal Nahuatl, maar het is onduidelijk op welke vorm het woord teruggaat. Zeker is wel dat het laatste deel van het woord -atl 'water, drank' is. Waarschijnlijk hebben de Europeanen een woord voor een drank met (onder andere) cacao verward met het Nahuatl woord cacauatl 'cacao(boon)', waarvan cacao is afgeleid.

Aanvankelijk luidde het woord in het Nederlands chocolate, maar in bronnen uit 1699 is voor het eerst chocolade aangetroffen. De overgang van de t in een d zal te danken zijn aan de invloed van woorden als limonade, marmelade enz. In het verleden gebruikte men in het Nederlands ook de vorm chocolaad: 'zij dronken warme chocolaad.'

In de meeste talen heeft het woord de uitgang -at(e) (denk aan Frans chocolat, Engels chocolate), maar in sommige talen komt de uitgang -ad(e) voor. Aangezien deze uitgang ontstaan is in het Nederlands, kunnen we er vrij zeker van zijn dat talen met de uitgang -ad(e) het woord ontleend hebben aan het Nederlands. Zo spreekt men in het Duits van Schokolade (waaraan het Hongaarse csokoládé en het Noorse sjokolade zijn ontleend). Of de Russische vorm šokolad op deze Duitse vorm teruggaat of rechtstreeks uit het Nederlands is geleend, is onzeker; in deze vorm is het woord bekend sinds eind achttiende eeuw, toen de Nederlandse invloed op het Russisch niet groot meer was. De Nederlandse vorm chocolaad ten slotte is de bron geweest van het Indonesische coklat en waarschijnlijk van het Singalese cokolot - al kan die laatste vorm ook teruggaan op het Portugese chocolate.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

chocolade drank uit cacao, versnapering 1679 [WNT] <Spaans

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

chocola(de): ergens geen — van kunnen maken, bakken, ergens niets van terecht brengen; ergens niet wijs uit kunnen. Deze informele uitdrukking bestond al in de jaren zestig (o.a. bij Carmiggelt), met de nog oudere variant ergens geen cake van kunnen bakken (eveneens bij Carmiggelt: Tussen mal en dwaas, 1949). Niettemin raakte ze pas in de jaren tachtig meer ingeburgerd.

Want van al die rotzooi die ze tegenwoordig in die speelgoedwinkels hebben, kan ik geen chocola meer maken. (Simon Carmiggelt: Kroeglopen, 1965)
‘Ik kan er geen chocola van maken,’ zei de agent. (H.P. de Boer: Het damesorkest en andere verhalen, 1976)
Ik kan van de plaat nog steeds niet echt chocola maken. (Oor, 05/04/86)
Zelfs een bekwaam ‘minimal-director’ als Pim de la Parra zou hier nog geen chocola van kunnen maken. (Nieuwe Revu, 18/10/90)
De snelheid van de berichtgeving was zo overrompelend dat je er na een paar dagen geen chocola meer van kon maken. (HP/De Tijd, 24/05/91)
Zou er iemand ter wereld zijn die chocola kan maken van de teksten van R.E.M.? (Het Parool, 03/10/92)
Minister Van Mierlo van buitenlandse zaken zei ‘geen chocola te kunnen maken’ van het betoog van Bolkestein. (Trouw, 07/03/97)
Voordien was ze een zangeres met een grandioze stem en een guitig country-imago — een combinatie waarvan Jan-met-de-Pet geen chocola kan maken. (Nieuwe Revu, 04/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut