Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chloor - (scheikundig element)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chloor zn. ‘scheikundig element (Cl)’
Nnl. chloor of chlorine ‘chloor of chlorine’ [1847; Kramers].
Internationaal neologisme, afgeleid van Grieks khlōrós ‘groengeel’, naar de kleur van het gas. Sir Humphry Davy bedacht in 1810 de naam chlorine voor het element; later ontstond in het Frans de vorm zonder achtervoegsel chlore [1814; Rey].
Grieks khlōrós ‘groengeel’ hoort bij de wortel pie. hel-, hleh3 ‘geel, groen’ (IEW 429), waarbij ook → gal 1, → gloed, → gloren.

EWN: chloor zn. 'scheikundig element (Cl)' (1847)
ANTEDATERING: eerst zoutstof ("chlorine") [1820; Vad.lett. 1, 470] en Chlore [1820; Alg.KLB 2, 297]
Later: chloor-kalk [1826; Alg.KLB 1, 350] (EWN: 1847)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

chloor [chemisch element] {1846} < modern latijn chlorium, gevormd door de Engelse chemicus Sir Humphry Davy (1778-1829), naar grieks chlōros [fris groen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

chloor znw. m. o., sedert de 19de eeuw internationaal woord voor een chemische stof, die genoemd werd naar gr. chlōrós ‘groengeel’.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† chloor znw. Internationaal woord. De wetenschappelijke benaming chlorium is gegeven in 1810 naar gr. khlōrós ‘licht groen’.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

chloor s.nw.
Baie giftige, gasvormige chemiese element.
Uit Ndl. chloor (1846).
Ndl. chloor uit moderne Latyn chlorium, met lg. na Grieks khlōros 'geelgroen'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

chloor (modern Latijn chlorium)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Chlorium (Cl, 17). (Gr. χλωρός (chlôrós) = groen). In 1774 door Scheele (1742—1786) ontdekt. Het heeft echter tot 1810 geduurd, voordat de elementaire natuur algemeen erkend werd. De naam werd door Daνy (1778—1829) gegeven, wegens de groene kleur van het gas.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

chloor ‘chemisch element’ -> Indonesisch klor ‘chemisch element’; Papiaments chloor ‘chemisch element’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

chloor chemisch element 1846 [WNT wonderzout] <modern Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut