Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chippen - (elektronisch betalen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chip zn. ‘geïntegreerde schakeling op plaatje silicium’
Nnl. chip “nieuwsoortige computer met betrekkelijk kleine afmetingen” [1979; Verschueren], ‘geïntegreerde schakeling op stukje germanium of silicium’ [1984; GCW].
Ontleend aan Engels chip ‘plaatje halfgeleidend materiaal met geïntegreerde schakelingen’ [1962; OED], eerder al afgezaagd of afgeschaafd stukje, plakje, brokje [1330; OED], zie → chips.
Sinds de ontwikkeling van de geïntegreerde schakeling (Engels integrated circuit, IC) duidt chip door betekenisverstrengeling de resultaten van verschillende fasen tijdens het productieproces aan. In eerste instantie is een chip een afgezaagd plakje van een staaf silicium. De hierop aangebrachte IC's worden als plaatjes uitgezaagd en eveneens chips genoemd. Hoewel deze chips in velerlei apparatuur (o.m. audio- en videotoestellen) gebruikt worden, gebruikt men het woord thans vooral voor de chip in een computerprocessor, waardoor chip in de algemene taal ook de processor zelf kan aanduiden. Op grond van de omschrijving bij de eerste Nederlandse attestatie mag niet geconcludeerd worden dat het woord destijds op de hele computer overgedragen kon worden; de omschrijving is onjuist, omdat men wrsch. de twee toen nieuwe begrippen (micro)chip en (micro)computer door elkaar heeft gehaald.
chipkaart zn. ‘chequekaart met ingebouwde chip voor uiteenlopende toepassingen’. Nnl. chipkaart ‘id.’ [1991; Verschueren]. Gevormd uit chip en → kaart. ♦ chippen ww. ‘betalen met elektronisch “contant” geld’. Nnl. chippen ‘id.’ [1996; Coster 1999]. Afleiding van het zn. chip. Neologisme, gelanceerd tijdens de voorbereidingen op de introductie van dit type betaalsysteem in Nederland. ♦ chipknip zn. ‘oplaadbare chipkaart van de banken, waarmee elektronisch “contant” betaald kan worden’. Nnl. chipknip ‘id.’ [1995; Coster 1999]. Gevormd uit het zn. chip of het werkwoord chippen en → knip ‘portemonnee’. Bedacht ten tijde van de introductie van het chippen. Het alternatief van de Postbank, de chipper [1996; Coster 1999], is in 2002 in de chipknip opgegaan.

EWN: chip zn. 'geïntegreerde schakeling op plaatje silicium' (1979)
ANTEDATERING: CHIPS: kleine vierkante schilfertjes, verwerkt in micro-circuits [1966; De Tijd 17/9]
EWN: ♦ chipkaart zn. 'chequekaart met ingebouwde chip voor uiteenlopende toepassingen' (1991)
ANTEDATERING: een chipkaart, een elektronische beurs [1982; LC (KB) 4/1]
EWN: ♦ chippen ww. 'betalen met elektronisch "contant" geld' (1996)
ANTEDATERING: Eerst een jurk "chippen" 'een jurk computergestuurd op de machine naaien' [1980; Het vrije volk (KB) 8/10] en chippen 'automatiseren m.b.v. computers' in: banken worden gechipt [1980; LC (KB) 2/2]
Later: chippen 'van een chip voorzien' in: Straks piept iedere dierentuinbewoner zoals hij gechipt is [1987; De Telegraaf (KB) 10/9]; dan chippen 'met een chipknip betalen' in: 100.000 punten ... waar 'gechipt' kan worden [1994; De Telegraaf (KB) 8/1] (EWN: 1996)
EWN: ♦ chipknip zn. 'oplaadbare chipkaart van de banken, waarmee elektronisch "contant" betaald kan worden' (1995)
ANTEDATERING: Chip-knip vervangt kleingeld [1994; De Telegraaf (KB) 8/10]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

chippen, gebruik maken van de chipknip*. Informeel.

En misschien staan de Postbank-klanten wel te trappelen van ongeduld om te gaan chippen. En misschien klagen ze daar dan over bij de winkel waar de Rabo en ABN Amro-klanten wel kunnen chippen. (Trouw, 20/09/96)
De Rabo-klanten kunnen vooralsnog niet thuis ‘chippen’. (Trouw, 06/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut