Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chiffon - (fijn zijden weefsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chiffon zn. ‘fijn zijden weefsel’
Nnl. chiffon [1900; WNT Aanv.].
Verkorting van crêpe chiffon ‘zijden weefsel’, ontleend aan Frans crêpe chiffon ‘gekroesd weefsel’, van crêpe ‘zeker weefsel’, zie → crêpe, en chiffon ‘oud vod, lor; verfrommeld stuk stof of papier’ [1611; Rey], bij chiffe ‘id.’ [1611; Rey]. Vermoedelijk stamt chiffe niet uit Arabisch šiff ‘doorzichtig weefsel’, zoals wel wordt gedacht, eerder gaat het om een afleiding bij Oudfrans chipe ‘vod, lomp’ [1306; Rey], mogelijk door vermenging met chiffre ‘waardeloos voorwerp’ (letterlijk ‘nul’ < Arabisch ṣifr ‘nul’, zie → cijfer). Volgens Franse etymologische woordenboeken is het Oudfranse woord ontleend aan Engels chip ‘klein brokje’, zie → chips.
De stof crêpe chiffon is zo genoemd omdat die er verfrommeld uitziet.
chiffonnière zn. ‘ladekast, linnenkast’. Nnl. chifoniere ‘ladekast’ [1827; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans chiffonnière [1759; Rey], later chiffonier [1800] ‘ladekast, kast om chiffons (damesonderkleding) in op te bergen’.
Lit.: Philippa 1991

EWN: chiffon zn. 'fijn zijden weefsel' (1900)
ANTEDATERING: chiffon "eene zachte wollen stof, die niet kreukt" [1886; Kramers]
EWN: ♦ chiffonnière zn. 'ladekast, linnenkast' (1827)
ANTEDATERING: Commode, Secretaire en Chiffonniere [1781; Amsterdamsche courant (KB) 18/9]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

chiffon [weefsel] {1901-1925} < frans chiffon [vod, lap, in het mv.: strikjes en lintjes], van chiffe [vod, lomp] < arabisch shiff, shaff [doorzichtig weefsel], bij het ww. shaffa [het was dun, transparant].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

chiffon s.nw.
Fyn, lugtige syweefsel.
Wsk. uit Eng. chiffon (1890).
Eng. chiffon uit Fr. chiffon 'lap, vodde' uit chiffe 'ou stuk lap', variant van Oudfrans chipe uit Middelengels chip 'houtsplinter'.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

chiffon ‘weefsel’ -> Indonesisch sifon ‘weefsel’; Jakartaans-Maleis sipon ‘weefsel’; Sasaks sipon ‘weefsel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

chiffon weefsel 1900 [Aanv WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal