Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chicaneren - (vitten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chicaneren ww. ‘vitten’
Vnnl. chicaneren ‘het recht verdraaien; krakelen’ [1668; Koerbagh]; nnl. chicaneren ‘ haarkloven, twisten’ [1829; Martin].
Ontleend aan Frans chicaner ‘lastigvallen met kleingeestige zaken’ [ca. 1657; Rey], eerder al ‘gezochte bezwaren opwerpen’ [1606; Rey] en ‘in rechte vervolgen, handig spreken’ [1461; Rey]. Herkomst onduidelijk. Volgens NEW zou het werkwoord afkomstig zijn uit ‘behendigheid in het chicana-spel’, een balspel (< Middelgrieks tzukánion, dat via Arabisch, Perzisch cogan wrsch. teruggaat op Prakrit chaugāna ‘viervoudig’, de naam voor de speelplaats van het polospel). Dit lijkt historisch erg onwaarschijnlijk. Rey suggereert een samensmelten van het werkwoord ricaner ‘kwaadaardig lachen’ en het bn. chic ‘handig’, zie → chic.
chicane zn. ‘haarkloverij; gezochte tegenwerping’. Vnnl. chicane ‘id.’ [1698; WNT]. Ontleend aan Frans chicane ‘spitsvondigheid’ [1461], bij het werkwoord chicaner. Eerder luidde het Nederlandse zn. ook wel chicanerie ‘rechtsverdraaiing, vitterij’ [1668; Koerbagh]. ♦ chicaneurig bn. ‘vol chicanes’. Nnl. bijv. in krengig en chicaneurig [1802-09; WNT krengig], zie → sikkeneurig.
Lit.: Guiraud 1982, 213 e.v

EWN: chicaneren ww. 'vitten' (1668)
ANTEDATERING: Dat men hem niet en soude chicaneren 'dat men hem niet op een gezochte manier lastig zou vallen' [1601; iWNT disputabel]
EWN: ♦ chicane zn. 'haarkloverij; gezochte tegenwerping' (1698)
ANTEDATERING: dit is den weg van krakeel, "Chicane" [1668; Schuyt-praetje, 75]
EWN: ♦ chicaneurig bn. 'vol chicanes' (1802-09)
ANTEDATERING: Dat is drommels "chicaneurig"! [1797; Janus, 400]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

sjikkanere verouderd, (ww.) plagen, lastig vallen; < Rienlands schickanieren.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut