Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chauffeur - (autobestuurder)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chauffeur zn. ‘autobestuurder’
Nnl. chauffeur ‘stoker van een stoomtuig’ [1895; Broeckaert], ‘bestuurder van een auto’ [1900; WNT vracht I].
Ontleend aan Frans chauffeur ‘bestuurder, autobestuurder’ [1896; Rey], door betekenisoverdracht op de machinist ontstaan uit de betekenis ‘stoker op een stoomlocomotief’ [1834; Rey], eerder al ‘stoker bij een (hoog)oven’ [1680]. Dit is een afleiding van het werkwoord chauffer ‘verwarmen, stoken’ < vulgair Latijn *calefare (waarvan ook Provençaals calfar, Italiaans calefare ‘verhitten’) < Latijn calefacere ‘verhitten, aanvuren’, gevormd uit cale- dat samenhangt met het bn. cal(i)dus ‘warm’, en het werkwoord facere ‘doen, maken’, verwant met → doen (en zie ook → feit).
De Nederlandse schrijver Louis Couperus noemde ‘autorijden’ nog wel stoken: Met een automobiel langs de gladde wegen te ijlen, je kar bijna kapot te stoken [1901; WNT automobiel].
chaufferen ww. ‘een auto besturen’. Nnl. chauffeerde ‘reed met een auto’ [1899; WNT Aanv.]. Ontleend aan Frans chauffer ‘chaufferen’, eerder al ‘stoken’. ♦ chauffeuse zn. ‘vrouwelijke autobestuurder’. Nnl. chauffeuse ‘id.’ [1935; WNT Aanv.]. Pseudo-Franse vrouwelijke vorm van chauffeur.

EWN: chauffeur zn. 'autobestuurder' (1895)
ANTEDATERING: benden van schurken bekend onder den naam van "Chauffeurs" [1797; De nieuwe Nederlandsche courant (KB) 15/5]
Later: Een afzonderlijke cours wordt gegeven voor chauffeurs ('stokers') [1862; Blik, 94] (EWN: 1895); wanneer de eigenaars van die luxe-voertuigen hun "chauffeurs" blootstellen aan … (over auto's) [1897; NvdD 4/2] (EWN: 1900)
EWN: ♦ chauffeuse zn. 'vrouwelijke autobestuurder' (1935)
ANTEDATERING: chauffeurs en chauffeuses (van "automobiles") [1898; AHB 13/8]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

chauffeur [autobestuurder] {1901-1925} < frans chauffeur [stoker, (afgeleide betekenis) autobestuurder], van chauffer [verwarmen, stoken], teruggaand op latijn cal(i)dus [warm]; Couperus bezigde stoken voor autorijden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

chauffeur s.nw.
Iemand wat, veral as beroep, as motorbestuurder vir iemand anders optree.
Uit Eng. chauffeur (1899) of Ndl. chauffeur (1899).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

chauffeur (Frans chauffeur)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

chauffeur ‘autobestuurder’ -> Indonesisch sopir, supér ‘autobestuurder’; Balinees supir ‘autobestuurder’; Boeginees supîrí ‘autobestuurder’; Jakartaans-Maleis supér, supir ‘autobestuurder’; Javaans sopir, supir ‘autobestuurder’; Madoerees sōpīr ‘bestuurder van voertuig’; Makassaars sipîrí ‘autobestuurder’; Menadonees supir ‘autobestuurder’; Minangkabaus sopir, supir, supia ‘autobestuurder’; Sasaks supir ‘autobestuurder’; Papiaments shafer, shafùr, shofùr ‘autobestuurder’ (uit Nederlands of Spaans); Sranantongo chauffeur ‘autobestuurder’; Aucaans safeli ‘autobestuurder’; Surinaams-Javaans sopir ‘autobestuurder’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

chauffeur autobestuurder 1912 [KKU] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut