Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

chassis - (onderstel van een auto; houder van een fotografische plaat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

chassis zn. ‘onderstel van een auto; houder van een fotografische plaat’
Nnl. chassis ‘houder waarin fotografische platen lichtdicht geborgen zijn’ [1898; Dale], chassis (mv.) ‘onderbouw van een auto’ [1902; WNT rennen I].
Ontleend aan Frans chassis ‘omlijsting, kader’ [1535; Rey], eerder al ‘spieraam van schildersdoek’ [1372; Rey], ouder chas(s)iz ‘vensteromlijsting, sponning’ [1160; Rey]. Het woord, met als grondbetekenis ‘kader, lijst, frame’, krijgt in het Frans een steeds breder toepassingsgebied, tot het in de 19e eeuw ook ‘onderbouw van locomotief’ [1866; Rey] en ‘onderbouw van auto’ [1888; Rey] betekent. Het komt van vulgair Latijn *capsiceum, *capsicium ‘lijst, montuur’, gevormd op basis van Latijn capsa ‘lijst, raam, bus, doos’, zie → capsule. Dit woord hangt wrsch. samen met het werkwoord capere ‘nemen, (be)vatten’ (verwant met → hebben).

EWN: chassis zn. 'onderstel van een auto; houder van een fotografische plaat' (1898)
ANTEDATERING: chassis 'raamwerk' in: geschilderd in een Chassis [1766; Jaerboeken 1,2, 1181]
Later: TE KOOP: EENE PHOTOGRAPHISCHE LENS .. met twee Châssis, Chambre Obscure en Voetstuk [1860; Opregte Haarlemsche courant (KB) 3/3] (EWN: 1898); het recht chassis (van "rijtuigen" op autotentoonstelling) [1901; AHB 28/12] (EWN: 1902)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

chassis [raamwerk] {1898} < frans châssis [lijst, raam, chassis van auto], van châsse [reliekschrijn, montuur] < latijn capsa [bus, doos (i.h.b. voor boekrollen)], van capere [nemen, bevatten].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

chassis znw. o. ‘onderstel van een auto’, laatnnl. < fra. chassis, dat oorspr. ‘omlijsting’ betekent, dat over ofra. chassiz < gallo-rom. capsīceum ‘lijstvormig voorwerp’ stamt (Gamillscheg 211).

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Chassis (= Fr. châssis; Lat. cápsa = vat). Goed afsluitende doos; spec. in de photographie, voor de gevoelige plaat.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

chassis ‘onderstel van auto’ -> Indonesisch khasis ‘onderstel van auto’; Sranantongo syasi ‘onderstel van auto’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

chassis raamwerk 1898 [GVD] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut