Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

charme - (boeiende aantrekkelijkheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

charme zn. ‘boeiende aantrekkelijkheid’
Vnnl. charmes (mv.) ‘aantrekkelijkheden’ [1698; WNT willen]; nnl. charme ook ‘iets wat voor iemand grote bekoring bezit’ [1908; WNT].
Ontleend aan Frans charme ‘bekoring’ [17e eeuw; Rey], eerder al charmes (mv.) ‘aantrekkelijkheden’ [1578; Rey], ouder c(h)arme ‘toverspreuk, betovering’ [ca. 1160; Rey] < Latijn carmen ‘zang, lied, gedicht, profetische spreuk’ (middeleeuws Latijn ook ‘toverformule, betovering’), wrsch. met dissimilatie ontstaan uit ouder Latijn *canmen ‘spreuk, zang’, dat behoort bij het werkwoord canere ‘zingen’, verwant met → haan.
charmant bn. ‘bekoorlijk’. Vnnl. charmant ‘id.’ [1698; WNT tranendal]. Ontleend aan Frans charmant ‘bekoorlijk’ [1630; Rey], eerder al (letterlijk) ‘betoverend’ [1550; Rey], afleiding van charme. ♦ charmeren ‘betoveren, bekoren’. Vnnl. charmeren ‘bekoren’ [1692; WNT vergoeding]. Ontleend aan Frans charmer ‘id.’ [1560; Rey], eerder al (letterlijk) ‘betoveren’ [ca. 1150; Rey], afleiding van charme. ♦ charmeur zn. ‘zeer innemend man’. Nnl. charmeur ‘id.’ [1912; Bos], ‘behaagziek man die zijn charmes uitspeelt tegenover vrouwen’ [1952; Koenen]. Ontleend aan Frans charmeur ‘charmante man’ [1560; Rey], afleiding van charme.

EWN: ♦ charmant bn. 'bekoorlijk' (1698)
ANTEDATERING: een charmante Musicque [1666; Solemniteyten, 12]
EWN: ♦ charmeren 'betoveren, bekoren' (1692)
ANTEDATERING: dat de ghereformeerde Kercken haer lieten Charmeren [1657; Van Aitzema 2, 152]
EWN: ♦ charmeur zn. 'zeer innemend man' (1912)
ANTEDATERING: Het dagblad … nam eene eerste plaats in onder de "charmeurs" [1865; Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage (KB) 3/1]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

charme [bekoring] {1901-1925} < frans charme [betovering, bekoring, charme, tovermiddel, talisman] < latijn carmen [gezang, gedicht, toverspreuk, gebed], van canere [zingen, toverformules uitspreken, verheerlijken].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

charme bekoring 1908 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut