Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

charlatan - (kwakzalver, oplichter)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

charlatan zn. ‘kwakzalver, oplichter’
Vnnl. charlatan ‘onbetrouwbare kwakzalver’ [1612; WNT zeepbal], Charlatan “een kwaksalver, of land-loopend genees-meester, of liever genees-swetser” [1668; WNT kwakzalver]; nnl. ook ‘praalhans’ [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans charlatan ‘oplichter; reizend koopman’ [1572; Rey] < Italiaans ciarlatano ‘id.’ [15e eeuw; Rey]. Het Italiaanse woord is wrsch. gevormd uit enerzijds cerretano, ciarratano ‘rondtrekkende student, kwakzalver, aflaatverkoper’, een woord van onduidelijke herkomst (dat letterlijk ‘iemand uit Cerreto, bij Spoleto’ betekent; hier zouden dan beruchte kwakzalvers en oplichters vandaan komen), onder invloed anderzijds van het werkwoord ciarlare ‘kletsen, babbelen, zwetsen’ (bijv. ook Spaans, Portugees charlar ‘zwetsen’), uit een klanknabootsende stam *char- ‘geruis, geluid van stemmen’, waaruit ook Provençaals charrá ‘babbelen, spreken’ stamt. Ook wordt ciarlatano wel verklaard als een variant van ciarlatore ‘zwetser’, een rechtstreekse afleiding van het werkwoord ciarlare.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

charlatan [kwakzalver] {1658} < frans charlatan < italiaans ciarlatano, onder volksetymologische invloed van ciarlare [praten] (vgl. charade), van cerretano [kwakzalver, marktschreeuwer, eig.: inwoner van Cerreto di Spoleto]; de kooplui van Cerreto waren berucht.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

charlatan s.nw.
1. Kwaksalwer. 2. Grootprater.
Uit Ndl. charlatan (1612 in bet. 1, 1824 in bet. 2).
Ndl. charlatan uit Fr. charlatan (1543) uit It. ciarlatano, onder volksetimologiese invloed van ciarlare 'babbel, skinder', met lg. van cerretano 'kwaksalwer, grootprater', wat oorspr. verwys het na 'n inwoner van Cerreto di Spoleto. 'n Kwaksalwer of grootprater word so genoem omdat veral die kooplui vandaar berug was as kwaksalwers en grootpraters.
Eng. charlatan (1611).

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

charlatan: oplichter, kwakzalver; iemand die met snoeverij zijn beroep uitoefent. Vandaar ook: windverkoper, pocher. Dit scheldwoord dateert al uit de zeventiende eeuw. Wij hebben het woord ontleend aan het Frans. In die taal werd het al in 1543 gebruikt als benaming voor een marktschreeuwer, iemand die op de markten huismiddeltjes tegen alle kwalen verkocht. Het woord is een verbastering van het Italiaanse ciarlatano, op zijn beurt afgeleid van ciarlare (hoogdravend spreken). Charlatan is volgens deskundigen een samentrekking van ciarlare en cerretano (een inwoner van het stadje Cerreto bij Spoleto dat in de middeleeuwen bekend stond als de thuishaven van rondtrekkende leurders en marktkramers. Deze lui waren berucht om hun radde tong).

Dat symbolische grote werk, wou je dat gaan beschrijven, charlatan? (Harry Mulisch, Archibald Strohalm, 1951)
Ik weet wel dat ik in jullie ogen een prutser en een charlatan ben. (W.F. Hermans, Herinneringen van een engelbewaarder, 1971)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

charlatan (Frans charlatan)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

charlatan kwakzalver 1658 [MEY] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut