Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

champagneontbijt - (ontbijt met champagne)

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

champagne (1772, uit het Frans) schuimende wijnsoort

Het gaat te ver om te zeggen dat champagne een Engelse wijn is, maar in de geschiedenis van de duurste bubbeldrank aller tijden spelen de Britten een grotere rol dan de Fransen ons willen doen geloven.
Het begint al met een kleine controverse over de oorsprong van de zogeheten coupe: het Y-vormige champagneglas, dat pas in de 19de eeuw werd vervangen door de fluit, het hoge, smalle glas dat we met oud en nieuw massaal aan de lippen zetten. De Fransen mogen graag beweren dat voor het trechterglas de borsten van Marie-Antoinette model hebben gestaan. Een Engelse historicus heeft echter aangetoond dat het glas in Engeland werd gemaakt, ruim honderd jaar ‘before Marie-Antoinette had any breasts to speak of’.
Belangrijker is echter de vraag wie als eerste de belletjes in de champagne heeft gestopt. Vanaf ongeveer de 3de eeuw n.Chr. was champagne namelijk een bubbelloze witte wijn, die werd gemaakt van druiven uit Champagne: een streek in Noordoost-Frankrijk, waarvan tegenwoordig het departement Marne de kern vormt.
De bodem in Champagne bevat veel kalk. Dit geeft de druiven een smaak die al vroeg werd gewaardeerd. Aan kroningsbanketten werd gul vin de Champagne geschonken en de Franse vorst Hendrik IV (1553-1610) noemde zich vol trots ‘Heer van de beste wijngaarden ter wereld’.
De Fransen beweren dat de bubbeltjes een ‘uitvinding’ zijn van de benedictijner monnik (dom) Pierre Pérignon (1638-1715). Dom Pérignon was van omstreeks 1670 tot 1715 keldermeester van de abdij Hautvillers, gelegen boven het Marnedal in het hart van Champagne. In sommige versies van het verhaal was hij blind en bovendien verantwoordelijk voor de omvangrijke financiële administratie van de abdij, maar die combinatie is niet erg waarschijnlijk.
Op een goede dag merkte dom Pérignon — zeggen de Fransen — dat de wijn van de abdijwijngaarden in het voorjaar na de oogst in zogeheten nagisting kwam. Vooral bij wijnen uit wijngaarden met een hoog kalkgehalte kwam daarbij veel koolzuur vrij.
Nu is nagisting bij wijn heel gebruikelijk, maar normaal ontsnapt het koolzuur ongezien uit het fust. In Hautvillers werd de jonge vin de Champagne echter in flessen bewaard. Volgens sommigen werden flessen tot dan toe afgesloten met in olie gedrenkte lappen of hennep. Dom Pérignon zou als eerste op het idee zijn gekomen hiervoor een kurk te gebruiken, die hij vervolgens met een draad vastbond. Het koolzuur kon niet meer ontsnappen, en voilà, de eerste, zeer primitieve, mousserende champagne was een feit.
Volgens Engelse champagnevorsers werd dit effect niet het eerst opgemerkt door Dom Pérignon, maar bij toeval ontdekt door ongeduldige Engelse bottelaars, die de op grote schaal uit Frankrijk geïmporteerde champagnewijn te vroeg in goed gesloten flessen stopten. De Britten dateren een en ander omstreeks 1660. Overigens erkennen ook zij de grote bijdrage die dom Pérignon vervolgens leverde aan de kwaliteitsverbetering van de mousserende champagne: deze keldermeester mengde als eerste wijnen van verschillende wijngaarden en druivensoorten, iets wat nu als essentieel wordt beschouwd voor de smaak van champagne.
In de champagneliteratuur twijfelt niemand meer aan de belangrijke Britse bijdrage. Ook de ontwikkeling van het woord champagne pleit hiervoor. Taalkundigen gaan ervan uit dat de verkorting van vin de champagne tot champagne samenviel met de ontdekking van mousserende champagne. Die verkorting had eerst plaats in het Engels, daarna pas in het Frans. Het waren ook de Britten die begonnen met die malle namen voor champagneflessen, zoals jeroboam voor een fles met vier keer, en rehoboam voor een fles met zes keer de gewone inhoud. De Fransen leenden deze woorden uit het Engels. Gaandeweg voegden ze er nog allerlei andere oudtestamentische flessennamen aan toe, zoals methusalem (8 flessen), balthasar (16 flessen) en nebukadnezar (20 flessen).
In Nederland moet champagne al vanaf de 17de eeuw bekend zijn geweest. Champagneflessen met schuimende inhoud komen in ieder geval voor op schilderijen uit die tijd. Maar de vroegste schriftelijke bewijsplaats dateert vooralsnog van 1772, toen de produktie en export van mousserende champagne pas echt goed op gang was gekomen. Een anonieme dichter rijmde toen:

Of als Champagne-Wyn uwe adren heeft ontstooken,
En een te hitzig vocht, u ’t bloed in ’t lyf doet kooken.

Overigens heeft champagne onze poëten vaak geïnspireerd. Zo dichtte Jacob van Lennep in 1826:

Nu zien wy midd’lerwijl Orontes beste wijnen,
In emmers wel gekoeld, op ’s Doctors last verschijnen [...]
De Rudesheimer meê, die glorie van Germanje;
De kurk springt ploffend op der schuimende Champagne...

Wie denkt dat het champagne-ontbijt een recente uitvinding is van decadente yuppies, heeft het mis. Want al omstreeks 1850 dichtte De Génestet:

En ’t geestige paar uit het land van Kokanje
Trok heen — na een stevig ontbijt met champanje.

Hoewel champagne van het begin af aan een hoge status had, raakte de chique schuimwijn al snel bekend onder het gewone volk. Dit verbasterde het woord op een gruwelijke manier. Zo is het aangetroffen als sjempie (Frans Coenens Zondagsrust (1902): ‘massa sjempie gezopen, soms ’s oches vroeg al...’), champie, sampanje of kortweg panje. Van vin de champagne, via champagne-wijn, naar sjempie — soms is het een troost dat niet alle verbasteringen beklijven.

Engels champagne (1664); Duits Champagner (1710); Frans champagne (1695).

Satiriesch wdb., in: Verzameling van ernstige en boertige heekelschriften (1772) 46; Van Lennep Poëtische wrk. 1 (1861) 104; Winkler Prins1 5 (1873) 322-323; Ency. Brit.11 28 (1911) 723; WNT III2 (1916) 2003; De Génestet (ed. Tiele) Dichtwerken (z.j.) 101; Winkler Prins7 5 (1971) 275; Kluge Etym. Wtb. d. deutschen Spr. (197521) 116; Johnson Wijnatlas (19778) 106-109; Born Wijnlexicon (19784) 33-35; J. Goode The cultured glutton (1987) 172-173; OED (19932); Pfeifer Etym. Wtb. d. Deutschen (19932) 190; Rey Dict. hist. langue franç. (19942) 386.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut