Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ceremonie - (plechtigheid)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ceremonie zn. ‘plechtigheid’
Mnl. cerimonien ‘rituele handelingen’ [1477; MNW-P]; vnnl. ceremonie ‘plechtigheid’ [1494-1512; MNHWS], ‘kerkelijk ritueel, rituele handeling(en)’ [na 1540; MNHWS], ‘(loze) plichtpleging’ [1627; WNT].
Via Frans cérémonie ‘ritueel’ [1226-50; Rey] ontleend aan Latijn c(a)erimōnia ‘gewijde handeling’, een woord van onduidelijke oorsprong. In de Romeinse tijd werd het gehouden voor een afleiding van de plaats Caere in Italië, waar Etruskische riten werden gehouden. Kluge noemt de mogelijkheid dat het woord verwant is met Grieks kēdemonía ‘verpleging, verzorging’, een afleiding van kẽdos ‘zorg, smart; begrafenis, teraardebestelling; verzwagering, enz.’ (verwant met → haat), waar de betekenis ‘ritueel’ goed bij zou passen.
ceremonieel zn. ‘plechtige vormen en gebruiken’, bn. ‘plechtig’. Vnnl. cermonieel (zn.) ‘de plechtige handelingen en gebruiken’ [1662; WNT], ceremoniele wetten ‘voorschriften de plechtigheden betreffende’ [1650-1700; WNT]. Ontleend aan Frans cérémoniel ‘de plechtigheden betreffend’, een afleiding van cérémonie. ♦ ceremoniemeester zn. ‘hij die de plechtigheden of het feest regelt’. Vnnl. ceremonien meester ‘id.’ [1567; Nomenclator]. Samensteliing van ceremonie en → meester.

EWN: ♦ ceremonieel zn. 'plechtige vormen en gebruiken', bn. 'plechtig' (zn. 1662; bn. 1665-1700)
ANTEDATERING: ceremonieel bn. in: een ceremonieel ghebodt Christi 'een gebod m.b.t. de ceremoniën van Christus' [1627; Walaeus, 402]; ceremonieel zn. in: … het gene moraal is of de seden betreft in ceremonieel verandert [1649; Wa(d)ding, 235]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ceremonie [plechtigheid] {1494-1512} < frans cérémonie < latijn caerimonia [heiligheid, eerbied, godsdienstig gebruik, plechtigheid], waarschijnlijk afgeleid van de plaatsnaam Caere in Italië, waar Etruskische priesters riten voltrokken.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

seremonie s.nw.
1. Plegtigheid wat volgens voorskrif verloop. 2. Beleefdheidsvorm, pligpleging.
Uit Ndl. ceremonie (1612 in bet. 1, 1626 in bet. 2). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902) in die vorm seremoni.
Ndl. ceremonie uit Fr. cérémonie (13de eeu) uit Latyn caerimonia.
D. Zeremonie, Eng. ceremony (1380).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cérémonie protocolaire (Frans cérémonie protocolaire)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ceremonie ‘plechtigheid’ -> Indonesisch sérémoni ‘plechtigheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ceremonie plechtigheid 1494-1512 [HWS] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut