Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

centumtalen - (één van de twee hoofdgroepen waarin men de Indo-Europese taalfamilie verdeelt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

centumtalen [één van de twee hoofdgroepen waarin men de Indo-Europese taalfamilie verdeelt] {1926-1950} tegenover de satemtalen, genoemd naar de ervoor kenmerkende vorm van het woord honderd; de meeste westelijke talen behielden in dit woord een oude k, waarvoor latijn centum (uitgesproken kentum) typerend is; de meeste oostelijke talen hebben hier een sisklank, bv. avestisch satəm; de h in het germ. (uit k) is een secundaire ontwikkeling.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

centumtale: term i. d. Hist. en Verg. Taalk. wat berus op Lat. wd. v. “honderd” en wat as maatstaf gebr. is om die Idg. taalgroep in te deel in 1. centumtale waarin ou pal. eksp. vel. eksp. k geword het, en 2. satemtale waarin dit tot frik. s ontw. het (Marouzeau).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal