Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

centrum - (middelpunt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

centrum zn. ‘middelpunt’
Mnl. centrum ‘passer’ [1400-50; MNW]; vnnl. centrum ‘middelpunt’ [1568; WNT vochtigheid]; nnl. centrum ‘brandpunt van bepaalde activiteiten’ [1841; WNT tin II], ‘gematigde partij in de landsvergadering’ [1864; Calisch], ‘hart van een stad’ [1880; WNT voorgeborcht(e)], ‘instelling’ [1921; WNT specialiseeren].
Ontleend aan Latijn centrum < Grieks kéntron ‘stekel, punt’, afleiding van het werkwoord kenteĩn ‘steken, prikken’. De betekenis heeft zich van ‘stekel, punt’ via ‘vaststaand been van een passer’ en ‘plaats waar men de passerpunt inprikt’ ontwikkeld tot ‘middelpunt’; zie ook → centraal.
De betekenis ‘politiek midden’ is ontstaan in de Franse Nationale Assemblée van 1789, waar de edelen rechts en de derde stand links van de voorzitter zaten; de aanduiding van deze posities kreeg al snel een politieke lading: Frans centre ‘politiek midden’ [1822; Rey]; zie ook → links en → rechts.
centreren ww. ‘(het zwaartepunt, de as, etc.) in het middelpunt brengen’. Nnl. centreeren [1828; WNT Aanv.]. Afleiding van centrum of ontleend aan Frans centrer ‘in het middelpunt brengen’ [1699: Rey].

EWN: centrum zn. 'middelpunt' (1400-50*)
ANTEDATERING: int middel van aertrike, Dats in centro [1400-29; MNW-R, Natuurkunde van het geheelal]
Later: vanden circumferenciën (omtrek) totten centrum 'van de omtrek tot het middelpunt' [1485; iMNW wederhalen]
{* De datering van de eerste attestatie in het EWN (1400-50) moet gewijzigd worden in: [1462; MNW].}
EWN: ♦ centreren ww. '(het zwaartepunt, de as, etc.) in het middelpunt brengen' (1828)
ANTEDATERING: dat eene lens wel "gecentreerd" is [1767; Vad.lett. 2, 204]
Later: komen te centreeren 'samenkomen' [1789; Jaerboeken 2, 1195]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

centrum [middelpunt] {1654} < latijn centrum < grieks kentron [prikkel, angel, punt, middelpunt van cirkel], van kenteō [ik prikkel, drijf aan].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

centrum ‘middelpunt’ (Latijn centrum); ‘instelling’ (Engels centre)

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Centrum (Lat.; = Gr. κέντρον (kentron)). Middelpunt.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Centrum (Lat.; = Gr. κέντρον (kéntron)). Middelpunt, vast punt. Hiervan afgeleid het adjectief centrisch.

E.J. Dijksterhuis (1939), Vreemde woorden in de wiskunde

Centrum (< Lat. centrum; Gr. κέντρον). Middelpunt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

centrum ‘stadsmidden, instelling’ -> Indonesisch séntrum ‘stadsmidden; zakenwijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

centrum middelpunt 1654 [Claes] <Latijn

centrum instelling 1961 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut