Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

centenneuker - (gierigaard)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

centenbijter, centendief, centenneuker, centenpik: gierigaard; materialist. Een synoniem is duitendief*.

‘Ik moet zooveel niet babbelen!’ mompelde hij. ‘We mogen er het spel niet voortzetten: de onderpastoor, de kromme centendief, mocht lont gerieken en mij de deur uitschuppen.’ (Reimond Stijns en Isidoor Teirlinck, Arm Vlaanderen, 1884)
Zo’n armzalig minimumtrekkertje van die halvecenteneuker van een Drees. (Jan Wolkers, Brandende liefde, 1981)
Is er vergeving voor de Nederlandse media die u hebben gebrandmerkt als een centenpik? (Elsevier, 09/04/1994)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut