Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

censuur - (toezicht op publicaties)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

censuur zn. ‘toezicht op publicaties’
Vnnl. censuur ‘vonnis’ [1540; WNT], ‘kerkelijk toezicht, kerkelijke correctie of straf’ [1616; WNT]; nnl. de censuur van alle uit en inlandsche geschriften ‘het toezicht op alle binnen- en buitenlandse geschriften’ [1804; WNT pret I], censuur ‘toezicht op publicaties’ [1830; WNT revue], censuur en drukperswetten [ca. 1870; WNT richting].
Ontleend aan Frans censure of rechtstreeks aan Latijn cēnsūra ‘ambt van censor, beoordeling’, een afleiding van het werkwoord cēnsēre ‘beoordelen, schatten’.
Latijn cēnsēre is wrsch. verwant met o.a. Albanees thom ‘ik zeg’ en Oudkerkslavisch sętŭ ‘hij zegt’; bij de wortel pie. *ḱens- ‘verkondigen’ (IEW 566).
censureren ww. ‘aan censuur onderwerpen’. Vnnl. gecensureerden (mv. van het verl.deelw.) ‘gecorrigeerden, gestraften’ [1619; WNT reparatie], censureren ‘bestraffen’ [1663; Meijer]; nnl. gecensureerd ‘aan kerkelijke strafmaatregelen onderworpen’ [1726; WNT], censureren ‘(van geschriften) aan toezicht onderwerpen in oorlogstijd, vanwege mogelijke spionage etc.’ [1943; WNT Aanv. censor]. Ontleend aan Frans censurer ‘kritiseren’ [1518; Rey], een afleiding van het zn. censure ‘berisping’ [1387; Rey] < Latijn cēnsūra.

EWN: censuur zn. 'toezicht op publicaties' (1540)
ANTEDATERING: mnl. daer inne dat de copie was van de censure al gheprendt 'waarin het afschrift van het vonnis al afgedrukt was' [1488; iMNW prenten]
EWN: ♦ censureren ww. 'aan censuur onderwerpen' (1619)
ANTEDATERING: censureren 'bestraffen' [1609; Van Meteren, fol.99v]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

sensuur s.nw.
1. Openlike teregwysing en afkeur. 2. Kerklike toesig oor suiwerheid van lewenswandel. 3. Keuring van boeke, films, ens. vir openbare vrystelling.
Uit Ndl. censuur (1612 in bet. 1, 1616 in bet. 2, 1844 - 1851 in bet. 3). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Ndl. censuur uit Fr. censure (16de eeu) uit Latyn censura 'mening'.
D. Zensur (1561), Eng. censure (1470).

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

sensuur: afkeurende oordeel (veral i.s. openbare sedes); teregwysing/veroordeling (veral i. kerklike verband); Ndl. censuur, soos Eng. censure, via Fr. censure uit Lat. censura, “be-/veroordeling”; hierby (minder gebr. as en eint. doeb. v. sensor en sensoreer) Afr. ww. sensureer, soos Eng. censure, via Fr. censurer, afl. v. Lat. censura en verb. m. Lat. censēre, “(be)reken; (be)oordeel”; in Ndl. censure(e)ren, v. sensor.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

censuur (Frans censure of Latijn censura)

T. Pluim (1922), Wetenswaardig allerlei: bijdragen tot algemeene kennis voor studeerenden bijeenverzameld door T. Pluim, Groningen

Censuur (Lat. censura = berisping, critiek) beteekende oorspronkelijk het “Censorschap”, de waardigheid, het ambt van “Censor” bij de Romeinen. Er waren er twee; zij ontleenden hun naam aan het woord Census = Cyns, dien zij moesten regelen. Zij moesten n.l. alle 5 jaar het volk in verschillende klassen indeelen naar rang, stand en vermogen. Deze schatting of indeeling heette census. Na afloop der schatting werd een plechtig zuiveringsoffer opgedragen, lustrum geheeten, waarnaar ook wel het 5-jarig tijdvak zelf lustrum genoemd werd. (Thans spreekt men nog aan onze hoogescholen van de lustrum-feesten, die elke 5 jaar gehouden worden.) Bovendien moesten de censoren toezicht houden op het gedrag der burgers en hadden de bevoegdheid strenge straffen toe te passen: de censuur. Vandaar dat censuur in de kerktaal beteekent: de kerkelijke tucht en de daaruit voortvloeiende straffen. Ook wordt het woord toegepast op het toezicht, dat de staat of de kerk uitoefent op de voortbrengselen der drukpers; bijv. tijdens de Fransche inlijving werd hier de censuur toegepast.
Het woord census leeft bij ons nog voort in de beteekenis van belasting, bijv. de census-kiezers. Een verbastering van dit woord is cijns en ziet vooral op de belasting, die van onderworpen volken geheven wordt.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut