Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cement - (snel verhardend bindmiddel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cement zn. ‘snel verhardend bindmiddel’
Mnl. inder mortre ende int chyment ‘in de mortel en in het cement’ [1300-50; MNW-R], met lode ende met chimente ‘met lood en met cement’ [1300-50; MNW-R], steenen ... met starken cimente gebonden ‘... met stevig cement verbonden’ [1340-60; MNW-R], ciment ‘bindmiddel’ [1465-75; MNW-R], cement [1477; Teuth.].
Via Frans ciment ‘cement’ [1165-70; Rey] (later ook Frans cément ‘bindmiddel, vulmiddel’ [1573; Rey, TLF]) ontleend aan vulgair Latijn *cementum < Latijn caementum ‘cement, mortel, modder’, eerder al ‘steenslag, steenbrokken (gebruikt als bindmiddel bij het metselen)’, een afleiding van het werkwoord caedere ‘houwen, slaan’ (zie → cesuur).
Naast de vorm ciment is in het Frans in de 16e eeuw de vorm cément geconstrueerd die teruggreep op het Latijn. Nederlands cement kan een zelfstandige reconstructie zijn of ontleend zijn aan het Frans; de Franse vorm is wel veel later geattesteerd.
cementeren ww. ‘met cement besmeren; twee metalen onderdelen met een bindmiddel aan elkaar bevestigen’. Nnl. cementeeren ‘metalen hechten’ [1860-61; WNT], ‘met cement bestrijken’ [1908; WNT]. In de betekenis ‘metalen hechten’ ontleend aan Frans cémenter ‘id.’ [1675; Rey], een afleiding van Frans cément ‘bindmiddel’. In de betekenis ‘met cement bestrijken’ (die in het Frans niet bestaat) een zelfstandige Nederlandse afleiding van cement.

EWN: ♦ cementeren ww. 'met cement besmeren; twee metalen onderdelen met een bindmiddel aan elkaar bevestigen' (1860-61)
ANTEDATERING: mnl. eerst symenteren 'reinigen met behulp van "siment" (hier 'bijtende vloeistof')' [1400-34; iMNW]
Later: vnnl. met kogelen … ghespijckt, met menschenbloet ghecementeert 'met kogels bespijkerd, met mensenbloed dichtgeplakt' [1626; Van Reyd, 627]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cement [mortel] {ciment 1350} < oudfrans ciment, cement < latijn caementum [gehouwen natuursteen, in laat-lat. cement, mortel], van caedere [hakken, houwen, slaan, kloppen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

cement znw. o. m., mnl. ciment, chiment < ofra. cement, ciment < lat. caementum ‘gebroken rotsstenen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

cement znw. o., mnl. ciment (chiment) o. Uit lat. caementum, via ofr. cement, ciment. Ook reeds mhd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

cement n., over Ofra. cement (Nfra. ciment), uit Lat. cæmentum = puin, van cædo (z. scheiden).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

cemint (zn.) verhardend bindmiddel; Middelnederlands chyment <1300-1350> < Frans cément.

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1sement s.nw.
1. Poeiermengsel vir bou- en konstruksiedoeleindes wat met water en sand aangemaak word, as verbindingsmiddel dien en baie hard word. 2. Iets wat verbind of saamhou.
Uit Ndl. cement (Mnl. ciment in bet. 1, ongeveer 1710 in bet. 2). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Zement (13de eeu), Eng. cement (1300), Fr. ciment (13de eeu).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cement ‘mortel’ -> Noord-Sotho samente ‘mortel’ (uit Afrikaans of Engels); Tswana samêntê ‘mortel’ (uit Afrikaans of Engels); Xhosa samente ‘mortel’ (uit Afrikaans of Engels); Zoeloe semende ‘mortel’ (uit Afrikaans of Engels); Zuid-Sotho samente ‘mortel’ (uit Afrikaans of Engels); Indonesisch semén ‘mortel’; Ambons-Maleis semèn ‘mortel’; Atjehnees seumèn ‘mortel’; Jakartaans-Maleis semèn ‘mortel’; Javaans semèn ‘mortel’; Keiëes esmin ‘mortel’; Madoerees sēmmen ‘(bouwkunde) stof die snel hard wordt’; Makassaars simêng ‘(bouwkunde) stof die snel hard wordt’; Minangkabaus semen, simin ‘mortel’; Muna sume ‘mortel’; Sasaks sĕmen ‘mortel’; Soendanees sĕmen ‘mortel’; Singalees † simēnti ‘mortel’; Japans semento ‘mortel’; Papiaments semènt, samènt ‘mortel’; Sranantongo smenti, sementi ‘mortel’; Sarnami samenti ‘mortel’; Surinaams-Javaans semèn ‘mortel’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cement mortel 1350 [MNW] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut