Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cello - (snaarinstrument)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cello zn. ‘snaarinstrument’
Nnl. cello ‘violoncel’ [1824; Weiland].
Verkorting van violoncello (naast violoncel) [1824; Weiland viola 2], wrsch. beïnvloed door de Duitse verkorting Cello (18e eeuw; Kluge], < Italiaans violoncello ‘kleine grote viool’, verkleinwoord van Italiaans violone ‘violone, grote viool’. Dit is zelf weer een vergrotingsvorm bij het zn. viola ‘altviool’, zie → viool.
De Italiaanse benamingen voor de vier instrumenten van de vioolfamilie waren, van klein naar groot: violine ‘kleine viool, ofwel de “gewone” viool’, viola ‘altviool’, violoncello ‘kleine violone, cello’ en violone ‘grote viool, violone (de voorloper van de contrabas)’.

EWN: cello zn. 'snaarinstrument' (1824)
ANTEDATERING: het Cello [1810; Hermes, 323]
Eerder: violoncello [1724; Soenius, titelpagina] (EWN: 1824)
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cello [muziekinstrument] {1847} verkort uit violoncello (vgl. violoncel).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

tjello s.nw.
Soort strykinstrument.
Uit Ndl. cello (1847) of Eng. cello (1876).
Ndl. cello en Eng. cello is 'n verkorting van violoncello, met lg. uit Fr. violoncelle of It. violoncello. Fr. violoncelle en It. violoncello gaan terug op Latyn vitula 'viool' en cella 'kas', dus lett. 'basviool met 'n groot kas'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cello (van violoncel)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

cello ‘snaarinstrument’ -> Indonesisch sélo ‘Europees snaarinstrument’; Papiaments chèlo ‘snaarinstrument’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

cello snaarinstrument 1847 [KKU]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut