Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cederhout - (hout van de cederboom)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

ce’derhout (het), syn. van ceder* (2): z.a. In de kleerkast van zijn moeder hingen van zijn vader een paar witte overhemden en ook nog een paar van zijn uitgaanspakken. Ze waren door het rauwe* werk - landbouw, en kippen- en varkensbedrijf - lang niet te voorschijn gehaald en waren doortrokken van de diepe geur van cederhout (Vianen 1972: 10). - Etym.: Oudste vindpl. Kappler 1854: 83.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut