Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

cavalcade - (ruiterstoet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

cavalcade zn. ‘ruiterstoet’
Vnnl. Cavalcaten (mv.) ‘plechtige rijtoeren (van paus en kardinalen)’, cavalcade ‘rijtoer’ [1660; WNT], ‘ruiterstoet’ [1666; WNT], ook cavalkade [1698; WNT]; BN ook ‘carnavalsoptocht’ en soms volksetymologisch verbasterd tot kalve(r)kade (Lievevrouw-Coopman 1950; Nierop 1963).
In de huidige vorm ontleend aan Frans cavalcade ‘grote ruiteroptocht’ [1680; Rey], eerder al ‘rit van meerdere ruiters’ [1349; Rey] < Italiaans cavalcata ‘id.’ [14e eeuw], het verl.deelw. van cavalcare ‘paardrijden’ < Laatlatijn caballicare ‘id.’, een afleiding van Latijn caballus ‘paard’, zie → cavalerie. De vroegste attestatie is rechtstreeks ontleend aan het Italiaans.
Lit.: L. Lievevrouw-Coopman (1950) Gents woordenboek, Gent; M. van Nierop (1963) De taal als tuin en wildernis, Antwerpen z.j.

EWN: cavalcade zn. 'ruiterstoet' (1653*)
ANTEDATERING: ende soo vele de cavalcade aengingh 'en wat de ruiteroptocht betrof' [1646; Europische ... courant (KB) 15/5]
{* Aan de eerste attestatie in het EWN moet worden toegevoegd: [1653, iWNT uitrijden].}
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

cavalcade [optocht te paard] {1660} < frans cavalcade < italiaans cavalcata < middeleeuws latijn cavalcata [ruiterpatrouille], van cavalcare, caballicare [paardrijden], van caballus, cavallus [paard] → cavalerie, kavalje.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

kalvekaad, zn.: sierlijk uitgedoste ruiter- en wagenstoet. Ook Ovl. kalvekade, door metathesis uit Fr. cavalcade < It. cavalcata ‘ruiteroptocht’ < cavalcare ‘paardrijden’ < cavallus, caballus ‘paard’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kalvekader, zn.: zotternij. Zoals Ovl. kalvekade ‘cavalcade, stoet’, door metathesis < Fr. cavalcade < It. cavalcata ‘ruiteroptocht’ < cavalcare ‘paardrijden’ < cavallus, caballus ‘paard’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

kalvekade (ZO), zn. v.: cavalcade, stoet. Door metathesis < Fr. cavalcade < It. cavalcata 'ruiteroptocht' < cavalcare 'paardrijden' < cavallus, caballus 'paard'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

cavalcade (Frans cavalcade)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut