Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

categorie - (onderdeel van een classificatie)

Etymologische (standaard)werken

H. Beelen en N. van der Sijs, ‘Woordsprong’, serie in: Onze Taal 2013-2018

Kat-woorden

In 2015 meldde de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dat er twee mensen waren aangehouden op verdenking van het ‘omkatten’ van voedsel voor de export naar Rusland. “Varkensvlees ‘omgekat’ tot patat”, luidde de krantenkop. En in 2013 werd gemeld: “Nederlandse dierenpaspoorten worden illegaal verkocht en zelfs honden buiten de EU worden omgekat naar Roemeense honden.”
Je zou bij deze woordspelingen misschien denken dat er een etymologisch verband is tussen het werkwoord omkatten en de dierennaam kat, maar dat is er in het Nederlands niet. Omkatten is ontleend aan het inmiddels alweer verouderde Amerikaans-Engelse to cat a car: ‘een auto opleuken met spoilers, sierstrips en dergelijke’. Oorspronkelijk verwijst de uitdrukking naar de praktijk van louche autohandelaren om een gestolen auto te voorzien van de kentekenplaat en het chassisnummer van een sloopauto, zodat de auto legaal kon worden doorverkocht. De oorsprong van to cat a car is onduidelijk. Misschien is er een verband met to go catting (‘opgedoft op de versiertoer gaan’), maar dat is niet zeker. De betekenis ‘een auto opsieren’ zal als eufemisme zijn opgekomen. Het woord omkatten is hoogstens enkele decennia oud. Een krantenbericht waarin “een bekwame omkatter” wordt veroordeeld, dateert van 1972.

Katvanger
Ook een ‘katvanger’ houdt zich bezig met louche zaken: een katvanger is ‘een zetbaas, stroman die wordt gevraagd als directeur van een bv op te treden, waarvan koppelbazen vervolgens gebruikmaken om hun illegale praktijken te dekken’. Omdat de zetbaas de politie opvangt en weghoudt van zijn bazen, is wel gesuggereerd dat kat hier ‘de politie en justitie’ betekent; een katvanger ‘vangt’ dan de kat, de politie, oftewel houdt die tegen.
Uit de oudste vindplaats blijkt echter dat het woord een andere herkomst heeft. In 1947 is sprake van smokkelaars in de Amsterdamse haven die, “wanneer zij hun slag proberen te slaan”, de hele haven afzetten met uitkijkposten, “terwijl één van hen als ‘katvanger’ fungeert, die de buit in de wacht moet slepen”. Kat is het Bargoense woord voor ‘fooi’, vroeger bij de Koninklijke Marine ook voor ‘wedde’ of ‘salaris’. Dit kat komt uit Indonesië. Hierin namen de Nederlanders het Franse leenwoord gage mee, dat in het Maleis werd ontleend als gaji (‘loon’). Door de veranderde uitspraak (‘gadzji’) herkenden de Nederlanders het oorspronkelijke woord gage niet meer; ze namen het woord op de klank over uit het Maleis en vervormden het tot kat(je). De uitdrukking ‘Dat is kat in het bakkie’ (‘Dat is makkelijk, dat loopt gesmeerd’) gaat waarschijnlijk terug op hetzelfde woord kat.

Een kat krijgen
Bij iemand een kat geven of een kat krijgen denken we aan de uithaal van een felle kat, maar ook deze uitdrukkingen hebben oorspronkelijk niets met het dier te maken. Kat is in deze combinaties van oorsprong een verkorting van bekattering. Dat weten we omdat de genoemde combinaties jong zijn; geen van alle zijn ze voor de twintigste eeuw genoemd. Bekattering, dat aan de bron van deze kat-woorden ligt, is een Bargoens woord dat voor het eerst in 1906 op schrift te vinden is in het krantenfeuilleton ‘De verhalen van een Speurder. Naverteld door J. F. X’, met sappige Amsterdamse dialogen. Nadat een verontwaardigde verdachte protest heeft aangetekend tegen zijn aanhouding, antwoordt de ‘speurder’: “Ik heb geen pik op je, Dries; maar ’n dofgajes [= rechercheur] kan zich toch ook vergissen met ’n bekattering.” In een noot wordt bekattering uitgelegd: “= beschuldiging”.
Het woord is ontleend aan het Jiddische mekatreg (‘aanklager’), dat teruggaat op het Hebreeuwse qāṭēghōr (‘aanklager’). Dit Hebreeuwse woord is ontleend aan het Grieks, waarin katègoros ‘aanklager’ betekent, eigenlijk ‘iemand die zijn stem laat horen in de volksvergadering’, want het woord is afgeleid van het werkwoord katēgoreĩn, een samenstelling van kata- (‘van, omlaag’) en agora (‘volksvergadering, marktplaats’): beschuldigingen werden oorspronkelijk in de openbare ruimte geuit. De betekenis van bekattering (‘beschuldiging, bekeuring’) ontwikkelde zich later in het Nederlands tot ‘uitbrander’.
Een andere afleiding van het Griekse werkwoord katēgoreĩn (‘aanklagen’) is katēgoria (‘aanklacht’). Dit woord hebben we (via het Frans) echter in een heel andere betekenis geleend, namelijk als categorie (‘onderdeel van een classificatie’). Die betekenis kreeg het woord dankzij de filosoof Aristoteles, die in zijn Katègoriai ‘Over de Categorieën’ tien grondvormen beschreef waarmee de menselijke geest het Zijn kan bevatten. En zo zijn we al kattend van de dieventaal beland in de wijsbegeerte.
[Hans Beelen en Nicoline van der Sijs (2017), ‘Kat-woorden’, in: Onze Taal 10, 23.]

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

categorie zn. ‘onderdeel van een classificatie’
Vnnl. categorie ‘rubriek, soort’ [1665; WNT]; eerder al als kunstwoord categoria “zeghwoordt, vraaghwoordt” [1663; Meijer].
Ontleend aan Frans catégorie ‘afdeling, groep’ [1668; Rey], eerder al ‘filosofisch concept’ [1564; Rey] < Laatlatijn categoria ‘predikaat, eigenschap’ < Grieks katēgoríā ‘algemene bepaling van een object’, oorspr. ‘bezwaar, klacht’, een afleiding van het werkwoord katēgoreĩn ‘aanklagen’, dat zelf afgeleid is van het zn. katēgórus ‘aanklager’, uit kata- ‘van, omlaag, geheel’ en het zn. agorā ‘openbare redevoering; verzamelplaats’.
Het begrip werd vooral bekend door de tien categoriën in de filosofie van Aristoteles; zij betreffen de wijze waarop men uitspraken over het Zijn kan doen.

EWN: categorie zn. 'onderdeel van een classificatie' (1665)
ANTEDATERING: Categorien [1633; Flacius, 435]
[J. Luif (2010-2018), 'Oudere dateringen van woorden uit het EWN', in: Trefwoord (bewerkt)]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

categorie [onderdeel van classificatie] {ca. 1665} < latijn categoria < grieks katègoria [aanklacht, predikaat, algemene bepaling van een object], van katègoreō [ik spreek in iemands nadeel, beschuldig], van kata [neer] + agoreuein [in de volksvergadering spreken, luid verkondigen], van agora [vergadering, marktplaats] → bekattering.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

categorie ‘onderdeel van classificatie’ -> Indonesisch katagori, katégori ‘onderdeel van classificatie’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

categorie onderdeel van classificatie 1665 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut