Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

casuïst - (iem. die de casuïstiek beoefent)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

casuïst [iem. die de casuïstiek beoefent] {1824} < frans casuiste < spaans casuista, gevormd van middeleeuws latijn casus (conscientiae) [geval van geweten, gewetensvraag].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

casuïst (Frans casuiste)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut